Van onze lezers
Astma Mijn innige dank voor het artikel over astma (22 maart 1990). U bent er werkelijk in geslaagd deze gecompliceerde ziekte in eenvoudige, begrijpelijke termen te beschrijven. Ik verblijf momenteel met mijn zoon in een kliniek waar hij tests ondergaat in verband met zijn astma. In zijn geval schijnt de kwaal verband te houden met allergieën voor voedsel, stof en mijten. Alles wat wij leren, klopt met het artikel.
M. S., Bondsrepubliek Duitsland
De doop Heel veel dank voor het artikel „Jonge mensen vragen . . . Zou ik me moeten laten dopen?” (22 maart 1990) Net de avond voordat ik die uitgave ontving, had ik om hulp gebeden om te weten of ik aan de doop toe was. Het artikel bracht precies onder woorden wat ik voelde. Ik zie uit naar mijn doop.
A. S., Verenigde Staten
In uw artikel „Jonge mensen vragen . . . Ben ik eraan toe me te laten dopen?” (8 april 1990), schreef u dat ’de vraag die misschien wel de beslissendste is, je verhouding met God betreft’. Wat is dat waar! Toen ik op veertienjarige leeftijd werd gedoopt, had ik geen nauwe persoonlijke band met Jehovah. Nu weet ik wat het wil zeggen een nauwe band met God te hebben. Dat is beslist de sleutel.
J. R., Verenigde Staten
Het artikel was een grote hulp voor me; zozeer zelfs dat ik op de volgende kringvergadering van Jehovah’s Getuigen gedoopt word. Het is echt geweldig hoe jullie de dingen belichten voor jongeren.
K. M., Bondsrepubliek Duitsland
Lupus Ik ben geen getuige van Jehovah, maar ik kan niet anders dan u feliciteren met uw uitgave van 8 mei 1990 met de artikelen over vervuiling en het schitterende verhaal over lupus. Ik lijd al veertien jaar aan lupus. Bij het lezen van Robins verhaal was het alsof ik mijn leven opnieuw beleefde. Haar houding was zeer positief, iets waar alle lupuspatiënten naar moeten streven.
Y. M. B., Engeland
Ik ben erg aangemoedigd als ik lees over de vele christelijke broeders en zusters die dag in dag uit op Jehovah vertrouwen bij het verdragen van hun kwalen. Nog niet zo lang geleden kreeg ik last van pijnen in mijn benen (osteoarthritis van de heup) en ik kan niet langer dan een uur achtereen staan. Maar dank zij Jehovah’s barmhartigheid ben ik in staat als volle-tijddienaar te blijven werken. Robins verhaal liet zien hoe Jehovah in de behoeften van elk van ons voorziet.
H. A., Japan
Ruziënde ouders In uw artikel „Jonge mensen vragen . . . Wat moet ik doen als mijn ouders ruzie hebben?” (8 december 1989), gaf u te kennen dat een jongere zich maar het beste kan excuseren en naar zijn kamer gaan als ouders ruzie hebben. Ik vind dat riskant en gevaarlijk. Als ik de plaats van de ruzie zou verlaten, zou mijn agressieve vader mijn moeder wel kunnen vermoorden! Ik vind het daarom uiterst belangrijk altijd aanwezig te zijn om hen uit elkaar te halen als zij gaan vechten.
P. M. E., Nigeria
In een voetnoot bij het artikel werd gezegd: „Wij doelen niet op situaties waarbij een tot mishandeling geneigde vader leden van het gezin met geweld bedreigt.” Omstandigheden verschillen en het kan zijn dat een jongere zich met recht zorgen maakt over de veiligheid van een van zijn ouders. De voetnoot voegde er dan ook aan toe: „In zulke gevallen kunnen gezinsleden zich gedwongen zien hulp van buiten in te roepen om zich tegen lichamelijk letsel te beschermen.” — Red.