Een schaduw op de maan
HET was half augustus in Brazilië — een zachte winteravond met een volle maan aan een wolkeloze hemel. De mensen stonden buiten op hun balkon of in groepjes op straat, druk bezig statiefcamera’s op te zetten of verrekijkers in te stellen. Overal gonsde het van gesprekken, waarin steeds dezelfde gespannen verwachting doorklonk.
Vanwaar al die opwinding? Het was 16 augustus 1989. Om 10.21 uur n.m. zou er een totale maansverduistering beginnen. Hier op het land, waar de lucht schoon is, beloofde de aanblik spectaculair te zijn. Precies volgens schema begon de maan de schaduw binnen te gaan die de aarde in de ruimte werpt. Net als de aarde vertoont de schaduw een ronding. Reeds in de vierde eeuw v.G.T. kwam de Griekse filosoof Aristoteles mede door die simpele waarneming tot de conclusie dat de aarde rond moet zijn.
Toen de maan zich dieper in de schaduw begaf, ging er onder de toeschouwers een bewonderend „oh” en „ah” op. De maan werd oranje. Net als bij een prachtige zonsondergang brak de aardatmosfeer de zonnestralen; de blauwe lichtstralen werden uitgefilterd en de rode en oranje stralen werden ongehinderd doorgelaten. Na 97 minuten lag de maan volkomen verscholen in de schaduw. Later kwam hij weer te voorschijn en begaf zich langzaam terug in het zonlicht.
Sommige van de toeschouwers bleven tot twee uur ’s nachts op om de hele show te zien. Zij vonden dat het de moeite waard was. Zij hadden een opmerkelijke tentoonspreiding gezien van de macht en wijsheid van de Schepper van het universum. De bijbel zegt dat hij ’de twee grote hemellichten maakte, het grootste om te heersen over de dag en het kleinste om te heersen over de nacht’, en dat ze moesten „dienen tot tekenen en voor het vaststellen van tijdperken en dagen en jaren”. — Genesis 1:14, 16.