Is daar iemand?
ER IS een man in Massachusetts (VS) die als onderdeel van zijn dagelijks werk controleert of er misschien boodschappen binnengekomen zijn. Dag in dag uit komt er niets binnen. Dat is al jaren zo. Toch controleert hij dat regelmatig en steeds weer wordt hij teleurgesteld. Is hij impopulair? Is zijn antwoordapparaat stuk?
Geen van beide. Hij controleert een apparaat, maar dat is niet aangesloten op een telefoonlijn. Het is een computer die in verbinding staat met een enorm elektronisch oor dat naar boven gericht is, weg van onze wereld, de diepten van de ruimte in: een radiotelescoop. Deze man helpt een team wetenschappers de sterren af te speuren naar een boodschap van intelligente buitenaardse wezens.
Anderen luisteren net als hij, en dit is inmiddels al dertig jaar gaande. In 1960 werd de astronoom Frank Drake de eerste mens die met een radiotelescoop signalen van buitenaardse intelligentie probeerde op te vangen. Sindsdien heeft de mens in feite zijn oren in de ruimte te luisteren gelegd. Tot dusver zijn er zo’n vijftig verschillende, uitgebreide afluisterprojecten geweest.
Radiotelescopen in alle delen van de wereld nemen aan de jacht deel — in Frankrijk, de Bondsrepubliek Duitsland, Nederland, Australië, de Sovjet-Unie, Argentinië, de Verenigde Staten en Canada. Iemand zei het zo: „SETI [een Engels letterwoord voor Search for Extraterrestrial Intelligence, Speurtocht naar Buitenaardse Intelligentie] is zo internationaal aan het worden als het wereldruim zelf.” Een symposium over het onderwerp trok zo’n 150 wetenschappers uit achttien landen die met elkaar alle vijf de werelddelen vertegenwoordigden.
Met het meest ambitieuze SETI-project tot dusver wil men echter in 1992 een begin maken. De NASA, het Amerikaanse lucht- en ruimtevaartbureau, is van plan een krachtig nieuw apparaat in gebruik te nemen dat het mogelijk zal maken miljoenen radiofrequenties tegelijk af te luisteren. Dit afluisterproject wordt geraamd op tien jaar en zal naar verwacht $90 miljoen kosten. Het zal zo’n tien miljard maal uitgebreider zijn dan al het tot dusver verrichte speurwerk bij elkaar.
Wanneer de mens het uitgestrekte universum vraagt: „Is daar iemand?”, zal hij echter meer nodig hebben dan geavanceerde apparatuur om een antwoord te vinden. Het is in menig opzicht een geestelijke kwestie. Bij het tasten naar een antwoord onthult de mens waarop zijn innigste hoop zoal gevestigd is: het einde van alle oorlog, het einde van ziekte, misschien zelfs het verwerven van onsterfelijkheid. Er staat dus veel op het spel. Maar hoe dicht is de mens na eeuwen van nieuwsgierigheid en tientallen jaren speuren bij het antwoord?