„Zo onwrikbaar als de rots van Gibraltar”
De 426 meter hoge, steil uit het warme, blauwe water van de Middellandse Zee oprijzende rots van Gibraltar ziet er beslist onwrikbaar uit. Op een heldere dag is het steile rotsmassief van Gibraltar van kilometers ver in Zuid-Spanje en vanuit Marokko aan de overzijde van de Middellandse Zee duidelijk te zien.
De geschiedenis van Gibraltar gaat terug tot de grijze oudheid, de tijd waarin zeelieden, die geloofden dat de aarde plat was, dachten dat als zij door de Straat van Gibraltar voeren, zij aan de rand van de wereld en van de afgrond der vernietiging belandden. De rots werd ook beschouwd als een van de zuilen van Hercules; de andere is de Djebel Musa in Ceuta, aan de Afrikaanse kust aan de overkant van de zeestraat. Volgens een mythe zou de Griekse halfgod Hercules deze bergen gescheiden hebben.
De stad Gibraltar dankt haar bestaan aan de Arabieren, die in de achtste eeuw G.T. uit Noord-Afrika kwamen en later, in 1160, de stad stichtten. De naam Gibraltar komt van de Arabische naam Djabal Tarik of berg van Tarik. Tarik ibn Ziyad was een Arabische legeraanvoerder die in 711 G.T. de laatste Gotische koning versloeg.
De Spanjaarden veroverden Gibraltar in 1462, maar moesten het in 1704 prijsgeven aan de Engelsen. Tot op de huidige dag is het een van de laatste buitenposten van het vroegere Britse Rijk. Maar de rots van Gibraltar is nog steeds een symbool van onwrikbaarheid en duurzaamheid.
Twee gemeenten (Engels en Spaans) van zo’n 120 Jehovah’s Getuigen in Gibraltar maken de Gibraltarezen de belofte van Gods Koninkrijksheerschappij bekend, een belofte die nog onwrikbaarder is dan de rots! — Titus 1:1, 2; Hebreeën 6:17-19.