Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g89 22/5 blz. 3-7
  • Is afslanken een vergeefse strijd?

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Is afslanken een vergeefse strijd?
  • Ontwaakt! 1989
  • Vergelijkbare artikelen
  • Vier manieren om te winnen
    Ontwaakt! 1989
  • Wanneer zwaarder niet beter is
    Ontwaakt! 1997
  • Hoe kan ik afvallen?
    Ontwaakt! 1994
  • Vet
    Hulp tot begrip van de bijbel
Meer weergeven
Ontwaakt! 1989
g89 22/5 blz. 3-7

Is afslanken een vergeefse strijd?

HET WINNEN VAN DIE STRIJD IS NIET ZO SIMPEL ALS SLANKE MENSEN DENKEN!

HET is een oorlog die op veel fronten gestreden wordt. Door vasten gaan de ongewenste ponden er in snel tempo af. Met een vloeibaar dieet smelten ze in een aardig gangetje weg. Hardlopers joggen ze eraf. Wandelaars doen het in een trager tempo. Calorieëntellers houden hun voedselopname angstvallig bij. Sommigen nemen hun toevlucht tot drastischer maatregelen. Men laat zijn boven- en onderkaak op elkaar vasthechten om een zwakke wil bij het zien van voedsel te slim af te zijn. Met operaties heeft men bepaalde delen van het spijsverteringskanaal uitgeschakeld, magen verkleind en procedures toegepast waardoor vetklonten worden weggezogen uit vetlagen. Er zijn zo veel mogelijkheden — de overwinning moet wel nabij zijn.

Maar niet zo snel! De eens verslagen vetcellen komen weer aangestormd. Verloren ponden komen terug, vaak met versterkingen. De strijd wordt met wisselend succes gestreden, want tijdelijke overwinningen worden gevolgd door ontmoedigende nederlagen. Het gevecht sleept zich voort, de moedeloosheid treedt in en degenen die ervan balen, zijn bereid te capituleren. Dat zouden zij niet moeten doen. De weg is lang en zwaar, maar dappere volhouders wacht de overwinning. Omgord dus de lendenen van uw geest en bedenk dat hoe zwaarder de strijd is, des te zoeter de zegepraal. Aan het begin van uw strijd tegen het vet moet u uw geest ook wapenen om een gevoel van zelfrespect en eigenwaarde te behouden. Misschien moet u zich discriminerende en kleinerende opmerkingen laten welgevallen van een samenleving waarvoor slank-zijn een obsessie is.

U moet onnadenkende gastvrouwen weerstaan die u willen overhalen dingen te eten die u eigenlijk niet mag hebben. U moet het vooroordeel overwinnen van wrede critici die u voor veelvraat uitmaken.a De eersten willen u verslaan met vriendelijkheid, de laatsten vellen een voorbarig oordeel op basis van de uiterlijke schijn.

Negeer de simplistische uitspraken van de slecht geïnformeerden zoals: „Elk pondje gaat door het mondje!” Het klinkt zo simpel, maar het is zeer ingewikkeld. Het is waar dat als u niet meer calorieën eet dan u verbrandt, u niet aankomt. In veel gevallen echter verbranden niet alle opgenomen calorieën. Om verschillende redenen worden veel calorieën als vet in vetcellen opgeslagen. Het kan voor de dikkerds onder ons soms dus een eenzame strijd zijn als zij geen aanmoedigende vrienden hebben die zich bewust zijn van de overmacht waar zij tegenover staan. En die overmacht kan beslist kolossaal zijn.

Voordat u zich in het gecompliceerde karakter van de strijd verdiept, is het echter goed u af te vragen of u wel af moet slanken. In sommige landen is de slanke lijn een fetisj geworden. Sommigen volgen zo’n streng vermageringsdieet dat zij ondervoed raken of zelfs last krijgen van anorexia nervosa of boulimie. Bij de beoordeling is het beter niet alleen op het gewicht af te gaan; het vetpercentage in het lichaam wordt door geleerden als een betere maatstaf gezien. Zij definiëren overgewicht als vetzucht wanneer bij mannen 20 tot 25 procent van het lichaamsgewicht uit vet bestaat en bij vrouwen 25 tot 30 procent.

De specifieke gewichten die in tabellen gegeven worden waarin alleen de lengte en het gewicht in aanmerking worden genomen, zijn beslist onvoldoende. Een onderzoeker zegt daarover: „Wat de tabellen u echter niet vertellen, is dat twee mensen met hetzelfde gewicht en dezelfde lengte aanzienlijk kunnen verschillen in hun mate van vetzucht en hun algehele lichamelijke conditie. Mager weefsel en spieren wegen verhoudingsgewijs meer dan vet, dus het gewicht op zich is geen al te goede maatstaf voor gezondheid of fitheid.” Een betrouwbaarder maatstaf — maar ook nog onvolkomen — zijn de tabellen die leeftijd, geslacht en lichaamsbouw in aanmerking nemen en een reeks aanvaardbare gewichten geven, zoals die op bladzijde 7.

Veel mensen nemen aan dat vetcellen erg lui zijn, dat ze gewoon in het lichaam liggen en ruimte innemen — veel te veel ruimte! Vetweefsel is meer dan een depot voor triglyceriden (vetten). Ongeveer 95 procent van het vetweefsel is niet-levend vet, maar de resterende 5 procent is verdeeld over structureel weefsel, bloed en bloedvaten en levende cellen die actief zijn bij de stofwisseling van het lichaam. Deze cellen kunnen heel hebzuchtig zijn; ze storten zich op de voedingsstoffen uit het bloed dat door de haarvaten in het vetweefsel stroomt en zetten ze in vet om. Bepaalde hormonen bevorderen de synthese van vet of de afgifte ervan aan het bloed in de vorm van vetzuren om in de behoefte van het lichaam aan energie te voorzien. Tot wanhoop van sommige mensen zijn hun vetcellen niet lui maar werken ze over!

Vroeger dacht men dat wanneer de vetcellen eenmaal hun plaats in het lichaam hadden ingenomen, ze niet in aantal maar alleen in grootte toenamen. Later onderzoek heeft anders uitgewezen. Een wetenschappelijk werk zegt erover: „Vergroting van de opslagcapaciteit van vetweefsel wordt eerst bereikt door vergroting van de inhoud van de vetcellen in het depotvet, triglyceride, en later, wanneer de beschikbare vetcellen maximaal zijn gevuld, door de vorming van nieuwe vetcellen.” Als de vetcellen bijna leeg zijn, zijn ze heel klein, maar als ze vet opnemen, kan hun diameter tienmaal zo groot worden, wat een toename in volume betekent met ongeveer een factor duizend.

Er zijn bepaalde delen van het lichaam waar het vet zich meestal ophoopt. Bij mannen is dat bijvoorbeeld het middel. Bij vrouwen zijn het de heupen en dijen. Personen bij wie dat is gebeurd, kunnen vet kwijtraken, maar deze plaatsen zijn de laatste die hun vet afgeven. Onderzoekers hebben ontdekt dat vetcellen op hun oppervlak kleine moleculen hebben die alfa- en bètareceptoren worden genoemd. Alfareceptoren stimuleren de vetophoping; bètareceptoren bevorderen de vetafbraak. Die welke de vetophoping bevorderen, komen voornamelijk voor op de vetcellen van de heupen en dijen bij vrouwen en op die van de buik bij mannen. Zo verloor een vrouw 15 procent van haar lichaamsvet maar werden haar heupen en dijen nauwelijks slanker. Een man slankte drastisch af maar hield zijn buikje.

Calorieën tellen is niet zo’n eenvoudige oplossing om af te slanken als velen denken. Calorieën zijn niet gelijk. Eet 100 calorieën aan koolhydraten en u zult er 77 van opslaan als lichaamsvet — 23 worden er verbrand bij het verteren van de koolhydraten. Maar gebruik 100 calorieën in een klont boter en er worden er 97 opgeslagen als vet — slechts drie worden er verbruikt voor de vertering. De reden: Voedingsvet staat scheikundig reeds dicht bij lichaamsvet en wordt dan ook veel gemakkelijker als zodanig opgeslagen. Calorieën tellen is slechts een deel van het verhaal. De bron van die calorieën telt ook mee. Bij een gelijk aantal calorieën maken vette spijzen dikker en zijn ze minder voedzaam dan koolhydraten. Bij een onderzoek kwamen mannen die zeven maanden te veel te eten kregen op een koolhydraatrijk dieet 27 pond aan, maar kwamen mannen die te veel te eten kregen op een vetrijk dieet in drie maanden 27 pond aan.

Op een vloeibaar dieet valt u sneller af, maar dat geeft dikwijls complicaties. In de jaren ’70 werden vloeibare eiwitdiëten aanbevolen en tegen het einde van 1977 werden daaraan ongeveer 60 sterfgevallen toegeschreven. Ventriculaire aritmieën, dat wil zeggen snel en onregelmatig kloppen van de hartkamers, waren naar men dacht de onmiddellijke oorzaak van veel van deze sterfgevallen. De huidige vloeibare diëten zijn verbeterd door de toevoeging van niet alleen eiwitten maar ook koolhydraten, vetten, vitaminen en mineralen. Niettemin kleven er aan zulke energie-arme diëten met hun snelle gewichtsverliezen nog steeds nadelen.

De drastische vermindering van het aantal calorieën bij diëten die voor een snel gewichtsverlies zorgen, vertraagt de stofwisseling van het lichaam — de achteruitgang begint binnen 24 uur en in twee weken kan de vertraging van de stofwisseling wel 20 procent bedragen. Een arts bij wie naar calorie-arme vloeibare diëten werd geïnformeerd, merkte erover op: „Uw stofwisselingssnelheid zal bij zo weinig calorieën teruglopen tot een slakkegang, en u zult prikkelbaar en moe zijn. Bovendien zal wel 70% van uw gewichtsverlies op lange termijn voor rekening van de spieren en niet van het vet komen.” Mensen die een dieet volgen, willen vet kwijtraken, geen spieren. Spierweefsel is de beste calorieënverbrander van het lichaam. Als u dat verliest, wordt uw grondstofwisseling trager — de hoeveelheid energie die u verbruikt voor de normale lichaamsfuncties, zoals de ademhaling en celvernieuwing. Daaraan is ongeveer 60 tot 75 procent van het energieverbruik van het lichaam toe te schrijven.

Het is aan deze vertraging van de stofwisseling te wijten dat personen die willen afslanken vaak na een paar weken streng kuren niet meer afvallen. Een vrouw die sinds haar zestiende haar gewicht laag had gehouden door dieet te houden, bleek na de geboorte van haar eerste kind 23 pond aangekomen te zijn maar raakte die ook snel weer kwijt; daarna kwam zij 45 pond aan na de geboorte van haar tweede kind en die kon zij niet kwijtraken. Zij vertelt: „Op een gegeven ogenblik ben ik naar een vermageringskliniek gegaan, waar ik op 500 calorieën per dag werd gezet. De eerste maand verloor ik negen pond, de tweede maand twee pond en de daaropvolgende twee maanden niets, terwijl ik me toch trouw aan het dieet hield. Toen mijn calorie-opname tot 800 per dag verhoogd werd, kwam ik gestadig twee pond per week aan totdat ik de elf pond die ik met zo veel moeite was kwijtgeraakt er weer aan had zitten. Wat was dat ontmoedigend!”

Een vertraagde stofwisseling is niet het enige probleem. Daarnaast kan ook een enzym, het lipoproteïne-lipase, dat de vetopslag reguleert, na een snelwerkend dieet actiever worden in het opslaan van vet. Om die twee redenen krijgen sommige mensen een deel van het verloren gewicht terug als zij weer normaal gaan eten. In feite komt bij verreweg de meesten het gewicht dat zij zijn verloren terug — 95 procent bij de zeer dikken en 66 procent gemiddeld. Het herwonnen gewicht bestaat echter voornamelijk uit vet, niet uit verloren spierweefsel, wat neerkomt op een verlaagde stofwisseling die meer vetopslag stimuleert.

Een onderzoeker constateerde dat mensen die bij vorige diëten afgeslankt waren en nu weer op hun oude gewicht terug waren, meer moeite hadden het overgewicht bij latere diëten opnieuw kwijt te raken. „Zou dieet houden een later gewichtsverlies kunnen belemmeren?”, vroeg hij zich af. Er werden proeven genomen met dikke ratten. Bij hun eerste dieet kostte het 21 dagen om het overtollige gewicht kwijt te raken en na stopzetting van het dieet 45 dagen om het er weer bij te krijgen. Bij een tweede dieet kostte het 46 dagen om hetzelfde gewicht te verliezen en slechts 14 dagen om het terug te krijgen — tweemaal zo lang om het kwijt te raken en een derde van de tijd om het er weer aan te krijgen!

Gaat het bij mensen net zo? Op een calorie-arm dieet verloren 111 patiënten gemiddeld 1,4 kilo per week, maar de tweede keer verloren zij met hetzelfde dieet slechts 1 kilo per week. Deze resultaten werden door vervolgproeven met twee andere groepen mensen bevestigd.

Veel deskundigen noemen vetzucht een ziekte, zeggen dat het in de genen zit, erfelijk is, en dat het lichaam een bepaalde instelwaarde heeft voor gewicht, een centrale ’thermostaat’, die u voorbeschikt tot dik-zijn. Maar niet alle geleerden huldigen deze theorieën over vetzucht. In de Annals of the New York Academy of Sciences wordt gezegd dat het overgewicht zelf, wat de oorspronkelijke oorzaak ook mag zijn, heel goed verantwoordelijk zou kunnen zijn voor de veranderingen in de lichaamschemie: „De corpulentie, eenmaal tot stand gekomen, kan gestabiliseerd worden door secundaire veranderingen in de stofwisseling die door de vetzucht zelf worden teweeggebracht.”

Annals zet ook een vraagteken bij de instelwaardetheorie: „Dit Annal biedt voor beide hypothesen weinig ondersteuning.” Een gebrekkig functioneren van de klieren wordt genoemd als oorzaak van overgewicht, en dat geldt vooral voor de schildklier, die een voorname rol speelt bij het reguleren van de stofwisseling. Sommigen brengen echter te berde dat een gebrekkige werking ervan door te veel eten veroorzaakt zou kunnen worden. Dr. Riggle uit Texas merkt hierover op: „De schildklier reguleert de stofwisseling, evenals de hypofyse. Maar wij moeten bedenken dat als mensen zich slechte voedingsgewoonten eigen maken, deze klieren niet de voedingsstoffen krijgen die ze nodig hebben om hun produkten te vervaardigen. Het gebrekkig functioneren van de klieren kan dus beginnen als men onverstandig gaat eten.”

Te veel eten is de simpele oorzaak van vetzucht die zo veel mensen, onder wie onderzoekers op dit terrein, ermee associëren: „Bij de meeste corpulente mensen wijst de accumulatie van overgewicht en vetweefsel echter hoogst waarschijnlijk op een langdurig en vaak sluipend proces: overconsumptie van calorieën, gedurende een voldoende aantal dagen, boven de hoeveelheid die voor spierarbeid of stofwisseling wordt gebruikt” (Annals of the New York Academy of Sciences, 1987, blz. 343). De gezondheidsrisico’s die zij zich daarmee op de hals halen, stemmen werkelijk tot nadenken:

„Vetzucht wordt in verband gebracht met een aantal gezondheidsrisico’s. Ze kan zowel de hart- als de longfunctie schaden, de klierwerking beïnvloeden en emotionele problemen veroorzaken. Te hoge bloeddruk, een gestoorde glucosetolerantie en hypercholesterolemie komen bij te zware personen meer voor dan bij personen met een normaal gewicht. Het behoeft ons dan ook niet te verbazen dat zwaarlijvigheid de morbiditeit [ziekte] en mortaliteit vergroot bij personen met te hoge bloeddruk, een attaque, van insuline onafhankelijke diabetes mellitus (type II), sommige vormen van kanker en galblaasaandoeningen. Op lange termijn wordt zwaarlijvigheid ook beschouwd als een op zichzelf staande risicofactor voor een hartaandoening door atherosclerose.” — Journal of the American Medical Association, 4 november 1988, blz. 2547.

Dat klinkt onheilspellend, vindt u niet? En niet alleen vanwege de moeilijke woorden. Afslanken is duidelijk een strijd die gewonnen moet worden. Zijn er manieren die u zullen helpen de overwinning te behalen?

[Voetnoten]

a Zie voor een bijbelse bespreking over vraatzucht De Wachttoren van 1 mei 1986, blz. 31.

[Inzet op blz. 4]

IN PLAATS VAN LUI TE ZIJN, WERKEN VETCELLEN BIJ TE ZWARE PERSONEN OVER

[Inzet op blz. 5]

ZOU DIEET HOUDEN EEN LATER GEWICHTSVERLIES KUNNEN BELEMMEREN?

[Inzet op blz. 6]

DE GEZONDHEIDSRISICO’S STEMMEN TOT NADENKEN

[Tabel op blz. 7]

GEWICHTSTABEL

Lengte Gewicht (kg)

cm Licht Middelmatig Zwaar

gebouwd gebouwd gebouwd

MANNEN

157 58-61 59-64 63-68

160 59-62 60-65 64-69

163 60-63 61-66 64-71

165 61-64 62-67 65-73

168 62-65 63-69 66-74

170 63-66 64-70 68-76

173 64-67 66-71 69-78

175 64-69 67-73 70-80

178 65-70 69-74 72-82

180 66-71 70-75 73-84

183 68-73 71-77 74-85

185 69-74 73-79 76-87

188 70-76 74-81 78-89

191 72-78 76-83 80-92

193 74-80 78-85 82-94

VROUWEN

147 46-50 49-55 54-59

150 47-51 50-56 54-61

152 47-52 51-57 55-62

155 48-54 52-59 57-64

157 49-55 54-60 58-65

160 50-56 55-61 59-67

163 52-58 56-63 61-69

165 53-59 58-64 62-70

168 54-60 59-65 64-72

170 56-62 60-67 65-74

173 57-63 62-68 66-76

175 59-64 63-69 68-77

178 60-66 64-71 69-79

180 61-67 66-72 70-80

183 63-69 67-74 72-81

[Verantwoording]

Herdrukt met toestemming van de Society of Actuaries and Association of Life Insurance Medical Directors of America

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen