Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g86 8/11 blz. 24-25
  • Ontwaakt! spreekt met een spraakpatholoog

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Ontwaakt! spreekt met een spraakpatholoog
  • Ontwaakt! 1986
  • Vergelijkbare artikelen
  • Hulp voor de stotteraars
    Ontwaakt! 1975
  • Begrip voor de angst om te stotteren
    Ontwaakt! 1997
  • Begrip opbrengen voor de problemen van stotteraars
    Ontwaakt! 1986
  • Van onze lezers
    Ontwaakt! 1987
Meer weergeven
Ontwaakt! 1986
g86 8/11 blz. 24-25

Ontwaakt! spreekt met een spraakpatholoog

Ontwaakt! interviewde Dr. Oliver Bloodstein, een vooraanstaand deskundige op het gebied van stotteren. Hier volgen enkele van de vragen die tijdens het interview werden besproken.

Hoe lang bent u reeds op dit terrein werkzaam, dr. Bloodstein?

Zevenendertig jaar.

Kan iemand gaan stotteren door met stotteraars om te gaan?

Dat is een belangrijke vraag omdat veel mensen aannemen dat dat het geval is. Voor zover wij weten, bestaat er geen gevaar. Stotteren wordt niet aangeleerd door imiteren.

Zijn stotteraars emotioneel onevenwichtig?

Bij het publiek in het algemeen bestaat een soort stereotiep beeld van stotteraars — dat zij vaak stug, eenzelvig, introvert, nerveus, gespannen zijn — een karakterisering die werkelijk niet wordt gestaafd door het wetenschappelijk onderzoek naar de persoonlijkheid van stotteraars.

Vroeger geloofden velen dat alle stotteraars neurotisch zijn, maar de spraakpathologie is van die theorie afgestapt. De reden is dat er in de jaren ’30, ’40 en ’50 enorm veel wetenschappelijk onderzoek is gedaan naar de persoonlijkheid van stotteraars. In hoofdzaak scheen erdoor te worden aangetoond dat de meeste stotteraars bij tests op hun emotionele evenwichtigheid ruim binnen de normale grenzen bleven. Ook bleek stotteren niet in verband te kunnen worden gebracht met een of ander specifiek persoonlijkheidstype.

Zijn stotteraars even intelligent als niet-stotteraars?

O ja! Uit veel onderzoeken bleek zelfs dat het IQ van stotteraars op de universiteit vele punten hoger lag dan dat van niet-stotteraars.

Komen er ook mensen van het stotteren af?

Er is een duidelijke tendens dat stotteren ergens tussen de vroege kinderjaren en de volwassenheid verdwijnt. Het beste bewijs daarvoor is dat misschien wel zo’n 80 procent van de kinderen die ooit hebben gestotterd ermee ophoudt voordat de volwassenheid wordt bereikt.

Betekent dit dat als een kind stottert zijn ouders zich daar niet bezorgd over hoeven te maken?

Gewoonlijk zeggen wij dat in de vroege kinderjaren de kans zeer groot is dat het kind na een betrekkelijk korte tijd herstelt. Maar wij kunnen op het ogenblik nog niet voorspellen welk kind erbovenop zal komen en welk kind niet. Onze gedragslijn is dus: Als een ouder bezorgd is, breng het kind dan naar een spraaktherapeut; laat het kind onderzoeken en kijk of het geholpen kan worden. Voor zover wij weten is het zo dat hoe jonger het stotterende kind, hoe groter de kans op herstel. Als het stotteren aanhoudt, wordt de kans steeds geringer dat het kind zonder hulp zal herstellen.

Welke therapieën worden er tegenwoordig gebruikt?

De therapie omvat twee aspecten. Het ene is de stotteraars te leren minder angstig te zijn, hun probleem objectiever te bekijken, en het andere is rechtstreeks aan het stottergedrag te werken.

Nu zijn er twee zeer verschillende methoden om rechtstreeks aan het stottergedrag te werken. De ene, reeds sinds de negentiende eeuw verreweg het meest ingeburgerd, is de methode waarbij men de stotteraar leert anders te praten. Wij weten dat zo gauw stotteraars een of andere voor hen ongebruikelijke spreektrant aanleren — hetzij zangerig, monotoon of langzaam praten hetzij door anders adem te halen — dit gewoonlijk resulteert in onmiddellijk vloeiend spreken. Het is dus zeer verleidelijk om daar bij de therapie gebruik van te maken, en dit is trouwens de meest gangbare methode in deze tijd. Er zijn echter enkele nadelen aan verbonden. Het ernstigste nadeel is dat zich in zeer veel gevallen na verloop van een paar maanden een terugval voordoet. Sommige stotteraars worden blijvend geholpen, maar een heel groot percentage vervalt weer tot stotteren. Het dwingt de stotteraar ook om voortdurend op zijn spraak te letten en heeft vaak een onnatuurlijke spreektrant tot gevolg.

U zei dat er twee manieren zijn om het stottergedrag rechtstreeks aan te pakken. Wat is de andere manier?

De andere filosofie is de stotteraars niet te leren anders te praten, maar hun te leren anders te stotteren. Dit klinkt misschien vreemd, maar in de jaren ’30 begon zich een stroming te ontwikkelen die nog steeds veel invloed heeft. Deze nieuwe filosofie was: Gebruik geen trucs om stotteren te voorkomen door op een vreemde manier, zangerig of op één toon bijvoorbeeld, te praten. Maar verander in plaats daarvan de stotterreacties door op een minder abnormale, meer ontspannen wijze te stotteren, op een wijze die lijkt op normaal, niet-vloeiend spreken. Wij hebben namelijk allemaal pauzes in onze spraak.

Deze methode verloopt wat geleidelijker. Maar ook deze heeft haar nadelen. Het grootste nadeel is dat de stotteraar zelden volkomen vloeiend leert spreken. Door deze methode te gebruiken, zullen wij de stotteraar waarschijnlijk eerder kunnen helpen minder zwaar te stotteren dan het stotteren volkomen uit de weg te ruimen.

Wat ik u hiermee eigenlijk wil zeggen, is dat er op het ogenblik geen ideale methoden bestaan om stotteren te behandelen. Maar veel stotteraars kunnen wel in belangrijke mate geholpen worden.

Helpt het om een stotteraar te zeggen langzamer te praten of diep adem te halen?

Het is moeilijk om zo’n vraag met ja of nee te beantwoorden omdat mensen zo verschillend zijn. Mij is geleerd dat het heel slecht is ouders te adviseren deze dingen tegen kinderen te zeggen. En uit wat ik persoonlijk heb ervaren, geloof ik dat ouders het probleem gemakkelijk kunnen verergeren door zulke dingen te zeggen. Wij hebben gevallen gezien waarin het kind de raad kreeg diep adem te halen, en de volgende dag bleek het kind niet alleen te stotteren maar ook naar adem te snakken. Toch ligt het niet zo simpel, omdat ik zeker weet dat er heel wat kinderen zijn die geholpen zijn hun stotteren te overwinnen door dingen die hun ouders hebben gezegd om hen te helpen. Het is daarom iets zeer persoonlijks. Maar als ouder zou ik er terdege op letten dat ik een kind niet voortdurend aanspoor langzaam te spreken, diep adem te halen, te denken voordat hij wat zegt en meer van dat soort dingen.

Kan een stotteraar iets doen om zichzelf te helpen?

Ik denk dat verreweg het belangrijkste wat een stotteraar kan leren is, hoe hij, voor zover mogelijk, de spreeksituaties als stotteraar moet aanpakken. En daarmee bedoel ik dat een stotteraar ermee op moet houden te verbergen dat hij stottert, zou moeten leren terloopse opmerkingen tegen andere mensen te maken over zijn stotteren, en niet moet proberen door te gaan voor iemand die normaal spreekt, met alle druk die dit gewoonlijk voor hemzelf meebrengt. Hij moet ervoor zorgen dat iedereen die hem kent, weet dat hij stottert, dat erover gesproken kan worden, en dat zij niet verlegen hoeven te worden wanneer hij stottert.

Hij zou zelfs, indien mogelijk, kunnen leren een grapje over zijn stotteren te maken. Stotteraars vinden het zo moeilijk iets humoristisch in stotteren te zien, maar ik heb een stotteraar gekend die elke keer als hij vast kwam te zitten, zei: „Er wordt nu even een korte pauze ingelast tussen de woorden”, en dit verlichtte de spanning. Bij andere gelegenheden zei hij: „Er zal een kort oponthoud in de uitzending zijn wegens technische problemen.”

Wat kan een luisteraar doen om een stotteraar te helpen?

De meeste stotteraars hebben er een hekel aan wanneer een luisteraar plotseling van hen wegkijkt als zij beginnen te stotteren. Luisteraars helpen stotteraars het best wanneer zij reageren op wat de stotteraar zegt in plaats van erop te letten hoe hij het zegt. En dat betekent dat luisteraars er goed aan doen zich ervan te weerhouden stotteraars te helpen met woorden of tegen de stotteraar te zeggen: „Doe maar kalm aan.”

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen