De noodzaak van geld
„GELD is de wortel van alle kwaad.” Hebt u dat iemand wel eens horen zeggen? In feite is het slechts een gedeeltelijke weergave van de uitspraak: „De geldgierigheid [liefde voor geld] is een wortel van alle kwaad.”a
Ja, het is waar dat veel kwaad is voortgesproten uit de zelfzuchtige dorst naar rijkdom. En de meeste misdaden worden gepleegd om deze te verkrijgen. Maar hoe zouden wij er thans aan toe zijn als er geen geld bestond?
Er is natuurlijk een tijd geweest waarin men geen geld gebruikte. En ook nadat het was ingevoerd, werd het slechts op beperkte schaal en ongeregeld gebruikt. De agrarische huishoudens waren toen tamelijk zelfstandig en voorzagen in hun eigen behoeften. Alles wat ze zelf niet konden maken, verkregen ze door te ruilen, door hun eigen goederen rechtstreeks in te wisselen voor die van een ander. Niettemin stuitte men op enkele moeilijkheden, vooral wanneer iemand zich in een bepaald beroep specialiseerde of loonarbeider was.
Jezus maakte gewag van zulke werkers in een illustratie van een huiseigenaar die mannen inhuurde om in zijn wijngaard te werken (Matthéüs 20:1-16). De loonarbeiders ontvingen een vastgesteld geldbedrag, waaruit blijkt dat het gebruik van geld in die tijd goed ingeburgerd was. Maar stel u eens voor dat u zo’n loonarbeider was en u in plaats van een geldelijke beloning een bepaalde hoeveelheid druiven ontving!
Nu bent u misschien dol op druiven, maar u zou beslist niet voortdurend op een dieet van druiven willen leven. U zou wat steviger en gevarieerder kost willen hebben, waaronder vlees en groenten. U zou ook schoenen, kleding en brandstof nodig hebben, alsook andere goederen en diensten. U zou dus personen moeten zien te vinden die bereid zouden zijn die zaken te ruilen.
Maar als die personen nu niet van druiven hielden of ze niet wilden hebben? Dan zou u iemand moeten vinden die uw druiven wel van u wilde hebben en u daarvoor iets zou geven dat u op uw beurt weer kon ruilen voor de dingen die u nodig had. Het hele ruilhandelsproces zou langer kunnen duren dan de tijd die het u gekost had om de druiven te verdienen!
Een ander probleem dat rijst, is dat er aan de ruilobjecten een bepaalde waarde moet worden toegekend. Hoeveel druiven is bijvoorbeeld een kip waard? Hoeveel zijn er nodig voor een paar schoenen? Elk ruilobject zou een in elk ander voorwerp uitgedrukte waarde moeten hebben. „Als er bijvoorbeeld 1000 verschillende goederen en diensten op de markt zouden zijn,” zo verklaart het boek Money, Banking, and the United States Economy, „zouden er, als maatstaf voor hun relatieve marktwaarde, in plaats van 1000 prijzen in dollars, 499.500 ruilwaarden nodig zijn!”
Dat is niet alleen een boel om te onthouden, maar de lijst zou voortdurend moeten worden herzien en aangepast naarmate de omstandigheden veranderden. En als hetgeen u wilt ruilen, bijvoorbeeld een koe, meer waard is dan het bijlblad dat u wenst aan te schaffen, hoe komt u dan tot een schikking? Wie krijgt de koe als u de waarde ervan wilt gebruiken om verscheidene zaken van verschillende personen te kopen? Hoe moeilijk zou elke transactie onder zulke omstandigheden zijn! Een gemeenschappelijke standaard voor het ruilen van goederen of diensten zou beslist nodig zijn. Ziedaar de noodzaak van geld.
Geld vervult daarom de volgende fundamentele functies:
● Het is een ruilmiddel dat ons in staat stelt gemakkelijk toegang te hebben tot de goederen of diensten van anderen.
● Het dient als een maatstok om waarde te meten — een vaste rekeneenheid — waarmee de waarde van alle goederen en diensten kan worden vergeleken en waarin waarden kunnen worden uitgedrukt.
● Het dient als een opslaggelegenheid voor waarde, een middel waardoor u uw verdiensten kunt opsparen of laten aangroeien voor later gebruik.
De schepping van geld heeft de grote geïndustrialiseerde bedrijven mogelijk gemaakt met hun enorme reeks consumptiegoederen. Door middel van geld is het mogelijk over het nieuwste en het beste van die goederen en diensten te beschikken. Het is het levensbloed van de economische groei, de factor waarvan de handel afhankelijk is. Geld maakt een verregaande specialisatie mogelijk.
„Maar geld, dat zo’n nuttige en begeerde dienaar is, misdraagt zich soms”, schrijft John A. Cochran in zijn boek Money, Banking, and the Economy. „Geld kan hetzij een grote zegen of een grote vloek zijn.” Dit is vooral het geval bij de ingewikkelde economie van de huidige tijd, waar men van de ene dag op de andere een fortuin kan verwerven of verliezen, bedrijven kunnen opbloeien of ineenstorten en regeringen voorspoed kunnen hebben of in geldnood kunnen geraken. Bij veel incidenten spelen die enorme bewaarplaatsen van geld — de banken — de hoofdrol. Nog nooit zijn zoveel banken in zo korte tijd failliet gegaan als in de afgelopen jaren. Is er reden voor ongerustheid?
[Voetnoten]
a De uitspraak, tussen 61 en 64 G.T. door de apostel Paulus opgetekend in Macedonië, staat in de bijbel in 1 Timótheüs 6:10, Statenvertaling [NW].