Hoe rechtvaardig zijn „rechtvaardige” oorlogen?
„Elke oorlog is een rechtvaardige oorlog naar het oordeel van degenen die hem voeren”, schrijft Gwynne Dyer in The Gazette van Montreal (Canada). Gedurende de Tweede Wereldoorlog beweerden zelfs de nazi’s dat zij een rechtvaardige oorlog voerden om te herwinnen wat het Duitse volk na de eerste wereldoorlog door zijn overwinnaars was ontnomen. Maar, zo vraagt Dyer, „laten de nazi’s dan ongelijk hebben gehad en heel slecht zijn geweest — en ook zeer machtig en gevaarlijk — waren hun tegenstanders dan werkelijk een rechtvaardige oorlog aan het voeren?”
Neen, antwoordt hij, want de oorlog tegen het Derde Rijk werd, zo stelt hij, niet ontketend uit verontwaardiging over „de verschrikkelijke dingen die er plaatsvonden in de landen die Hitler in zijn macht had. . . . De ergste dingen, zoals de vernietigingskampen,” schrijft Dyer, „deden zich pas voor toen de oorlog goed en wel op gang was”. Hij voegt eraan toe dat de oorlog „werd gestreden om alle klassieke redenen: Om grondgebied . . . en vooral om macht. . . . Vanuit een breder perspectief gezien was de Tweede Wereldoorlog gewoon een nieuwe ronde in de eindeloze strijd van soevereine staten om macht en veiligheid binnen een anarchistisch systeem waarin dingen uiteindelijk door militair geweld worden geregeld”.
De commentaren van Dyer brengen ons in herinnering dat de bijbel wereldmachten symbolisch als beesten voorstelt (Daniël hoofdstuk 7, 8; Openbaring hoofdstuk 13, 17). Hoe passend is het daarom dat christenen neutraliteit bewaren! Zij beseffen dat hebzucht en zelfzucht — geen zedelijke beginselen — de onderliggende redenen zijn voor de oorlogen in de wereld. — Johannes 17:16; 18:36.