Herhaalt de geschiedenis zich?
„DE BASTILLE wordt belegerd! . . . De ketting bezwijkt, breekt; met een donderende slag komt de zware valbrug neer. . . . Diep in hun kerkers horen de zeven gevangenen een gedempt gerommel als van een aardbeving; . . . vier uur reeds raast het tumult; . . . [dan] stroomt de menselijke vloedgolf naar binnen; de Bastille is gevallen!”
Met korte afgebroken zinnen schildert Thomas Carlyle het begin van de Franse Revolutie in 1789. Het was een einde van een tijdperk. In haar lange geschiedenis als gevangenis had de Bastille vele onschuldige slachtoffers geherbergd. Het bouwwerk was een symbool geworden van de tirannie van het Franse koningshuis Bourbon en de aristocratie. Tot op deze dag is de datum van de inneming, 14 juli, de Onafhankelijkheidsdag van Frankrijk.
Veel Europese intellectuelen geloofden dat deze revolutie — met haar meeslepende leus „Vrijheid, gelijkheid en broederschap” — een nieuw tijdperk inluidde. Deze gebeurtenis leek de belofte in te houden van bevrijding van onderdrukking en een begin te vormen van een nieuwe tijd van goede wil en vrede. Maar heeft de Franse Revolutie dergelijke utopistische dromen vervuld? Neen, zo leert ons de geschiedenis.
De Nationale Vergadering van 1789-1791 nam wetten aan die van Frankrijk een verlichte democratie moesten maken. Toen deze Vergadering in 1791 werd ontbonden, was de heersende stemming „Eindelijk vrij!” De nieuwe Conventie, die vergaderde om de ideeën van de „grondvesters” in werking te zetten, was vanaf het begin verdeeld. Al spoedig verviel Parijs door relletjes en bloedbaden praktisch tot anarchie. De nieuwe regering liet Lodewijk XVI onthoofden en stelde onder Robespierre en anderen een schrikbewind in. De Terreur vernietigde niet alleen de vijanden van de revolutie, maar ook vele van haar „kinderen”.
Vrij snel daarop volgde het iets gematigder Directoire en toen begon Napoleons ster te rijzen. In 1802 werd hij „consul voor het leven” gemaakt. „De Franse natie heeft een erfelijk heerser nodig”, beweerde hij later en in 1804 liet hij zich tot keizer uitroepen. „Ik heers slechts door de vrees die ik inboezem”, zei hij slechts enkele jaren later.
Zo was de regeringsvorm van Frankrijk in enkele jaren weer op haar uitgangspunt teruggekeerd. En — ironie der geschiedenis — nadat Napoleon afstand had moeten doen, kwamen in de persoon van Lodewijk XVIII de Bourbons weer terug. Zij hadden, zo zeggen sommigen, bij hun terugkeer niets geleerd en niets vergeten.
Dit is nog maar één voorbeeld van wat sommigen als een algemene tendens beschouwen. De geschiedenis schijnt zich te herhalen. De Duitse filosoof Georg W. F. Hegel stelt: „Volken en regeringen hebben nooit iets van de geschiedenis geleerd, noch gehandeld volgens beginselen die men uit de geschiedenis zou kunnen afleiden.” Waarom is dit? Wat zijn enkele van die lessen uit de geschiedenis waar men aan voorbijgegaan is? Kunnen wij er persoonlijk voordeel van trekken?