Zijn kernwapens ’anders’?
The New York Times wijdde onlangs een van haar pagina’s aan commentaren van de kant van wetenschapsmensen, historici en andere prominenten op de verklaringen waarmee de Amerikaanse Conferentie van Katholieke Bisschoppen zich tegen kernwapens uitsprak. De kernfysicus Harold M. Agnew, voormalig hoofd van het Los Alamos Scientific Laboratory schreef: „Wat mij echt haast te veel werd, was een uitspraak die werd gedaan tijdens hun onder auspiciën van de Pauselijke Academie van Wetenschappen gehouden bijeenkomst. Deze verklaring luidde: ’Kernwapens zijn fundamenteel anders dan conventionele wapens. Ze mogen niet beschouwd worden als aanvaardbare middelen van oorlogvoering.’” Agnew plaatste de kwestie vervolgens in het juiste perspectief door te zeggen:
„Ik had gehoopt dat de kerken zouden hebben gezegd: ’Alle oorlogvoering is volslagen dwaasheid . . . Het mag niet nodig zijn dat mensen hun toevlucht nemen tot geweld om geschillen op te lossen.’ Naar mijn mening zijn het huichelaars als zij conventionele oorlog als juist aanvaarden en kernoorlog niet.” Als motief voor de huidige tegen kernwapens gekante stemming oppert hij het volgende: „De wijnkelders, materiële rijkdommen en andere bezittingen van de kerken en van alle anderen die de beslissingen nemen, zijn in het geval van een kernoorlog niet langer immuun.” Aangezien kernwapens zulke religieuze leiders bedreigen met de verwoestende gevolgen van oorlog die vroeger alleen op de schouders van jonge mannen drukten, veroordeelt de geestelijkheid op huichelachtige wijze alleen kernwapens.
Jezus Christus ontmaskerde een soortgelijke huichelarij onder de religieuze leiders in zijn tijd, door te zeggen: „Zij binden zware vrachten samen en leggen die op de schouders der mensen, maar zelf willen zij ze met hun vinger niet verroeren.” — Matth. 23:4.