’Breng weer beweging in stilstaande wateren’
Het Italiaanse medische tijdschrift Tempo Medico heeft een beschouwing gewijd aan „de vraag of een bloedtransfusie altijd echt wel noodzakelijk is” bij de traditionele, gevestigde medische procedures. Op basis van zijn waarnemingen verklaart het tijdschrift: „Er kan beslist worden gezegd dat het aantal gevallen waar een transfusie zo noodzakelijk is dat het ontbreken ervan gevaar voor het leven betekent, met de dag minder wordt.”
Tempo Medico brengt dan naar voren dat, gezien de duidelijke risico’s van een bloedtransfusie, „de vraag gewettigd is of het niet de moeite waard zou zijn — ten aanzien van de medische praktijk in het algemeen, nog helemaal afgezien van de verzoeken van Jehovah’s Getuigen — om behandelingsmethoden die een gewoonte zijn geworden, toch eens opnieuw te overdenken en dan transfusies te gaan beperken”. Het artikel vervolgt:
„Met dit in gedachten, en heus niet alleen om tegemoet te komen aan de verzoeken van Jehovah’s Getuigen, heeft Denton Cooley [Houston, Texas (VS)] nu al meer dan zeven jaar open-hartoperaties uitgevoerd en daarbij transfusies beperkt door ze, wanneer dat maar mogelijk was, te vervangen door een verdunning van het bloed van de patiënt met een oplossing van glucose en heparine. Als deze methode al zo lang voortreffelijke resultaten oplevert . . . vraagt men zich af waarom ze niet algemeen in de huidige chirurgie toegepast wordt.
Eén chirurg, Dr. Cesare Buresta, werkzaam in een districtshospitaal in Ripatransone, in de provincie Ascoli Piceno, heeft dit gedaan. Hij is in 1974 begonnen Jehovah’s Getuigen te opereren en zich naar hun wens te richten. . . . Volgens Dr. Buresta tonen zijn resultaten aan dat het mogelijk is bij operaties het toedienen van een transfusie te vermijden, althans in de meeste gevallen, zonder de patiënten te onderwerpen aan risico’s die groter zijn dan normaal. Natuurlijk is het noodzakelijk gebruik te maken van iedere mogelijke chirurgische techniek om het bloedverlies tot een minimum te beperken. Het is duidelijk dat het gebruik van deze technieken de operatie moeilijker en ingewikkelder maakt. De mogelijkheid, nu blijkbaar een realiteit, om transfusies te vermijden wordt met andere woorden betaald in inspanningen, voorbereidend werk en uitrusting.”
„Niettemin”, besluit het tijdschrift, „moet de geneeskunde eerlijk de vraag onder de ogen zien of het niet de moeite waard is een poging te doen om dit te verwezenlijken door het aantal afdelingen en chirurgische teams die de bovengenoemde techniek en kunnen toepassen, te vermeerderen. Dat betekent niet louter een toegeven aan de wensen van Jehovah’s Getuigen, maar een overwegen van de vraag of een tegemoetkomen aan hun verlangens niet uiteindelijk allen ten goede zal komen, of in elk geval een stimulans zal vormen voor nieuw onderzoek. Hun standpunt vormt een prikkel om de wateren van de gebruikelijke medische therapie, die altijd wat stilstaan, weer in beweging te brengen.” — December 1980.