’Voor de reinen . . .’
PERSONEN die in de bijbel geloven, zullen onlangs beslist met verbazing kennis hebben genomen van een kop in een Amerikaanse krant: „De bijbel verbieden? Er wordt orale seks en liefde in verheerlijkt.” De schrijver, een priester, stelde niet in ernst voor de bijbel te verbieden, maar wel beweerde hij dat erin wordt goedgekeurd wat christenen als immoraliteit zouden beschouwen.
Het bijbelgedeelte dat hij in gedachten had, was het Hooglied. Hier is zijn beschrijving ervan: „Het Hooglied . . . beschrijft dergelijke [orale] seks met woorden die onmiskenbaar veel prikkelender zijn dan alles wat enige Penthouse weet op te dissen.” Hij vervolgt: „Niets wijst erop dat de geliefden getrouwd zijn; gedurende het grootste deel van het verhaal is de vrouw naakt (op een zeker moment verklaart zij dat zij haar kleed weer zal moeten aantrekken, wanneer haar geliefde haar niet naar haar kamer brengt) . . .”
Hebt u het boek ooit gelezen? Zo ja, hebt u er dan dergelijke dingen in opgemerkt?
Het Hooglied beschrijft de standvastigheid van de liefde van een jong Sulammitisch meisje voor een plaatselijke herdersjongen. Het bevat enkele gloedvolle beschrijvingen van hun gevoelens voor elkaar. Maar orale seks? Lees het zo dikwijls als u wilt; u zult geen enkele toespeling van die aard vinden. Het jonge paartje heeft zelfs geen enkele vorm van immoraliteit bedreven. Het Sulammitische meisje wordt „de zuivere” genoemd. Aan het eind van het lied wordt haar deugdzaamheid als bewezen beschouwd. De jonge herder zelf zegt over haar: „Een gegrendelde tuin is mijn zuster, mijn bruid, een gegrendelde tuin, een verzegelde bron” (Hoogl. 6:9; 4:12; 8:9, 10). Nee, het gedrag van dit paar was onberispelijk.
Is het waar dat ’niets erop wijst dat de geliefden getrouwd zijn’? Waarschijnlijk waren zij dat inderdaad niet, maar merk op dat de herder het Sulammitische meisje zijn „bruid” noemt. Wat bedoelt hij daarmee? In deze context betekent het Hebreeuwse woord challah hetzij een bruid vlak voor het huwelijk of een pasgehuwde vrouw (The New Brown, Driver, Briggs, Gesenius). Aangezien de jonge herder haar herhaaldelijk zijn challah noemt, is het paar kennelijk van plan te trouwen. Daarom zijn hun hartstochtelijke gevoelens niet misplaatst.
Is het waar dat de vrouw ’gedurende het grootste deel van het verhaal naakt is’? Welnu, de tekst beschrijft haar kleren niet, maar betekent dit dat zij ze niet aan heeft? Bij één gelegenheid zegt de herder tegen haar: „Uw ogen zijn als die der duiven, achter uw sluier” (Hoogl. 4:1). Als zij een sluier draagt, klinkt dat dan niet alsof zij ingetogen is?
En hoe staat het met de bewering: „Op een zeker moment verklaart zij dat zij haar kleed weer zal moeten aantrekken, wanneer haar geliefde haar niet naar haar kamer brengt”? Het enige gedeelte van het boek dat over haar kleed of gewaad spreekt, is hoofdstuk vijf. Hier beschrijft de Sulammitische een droom. Zij zegt: „Ik slaap, maar mijn hart is wakker.” Vervolgens beschrijft zij hoe in haar droom haar herder aan de deur van haar kamer klopt. Zij weigert hem open te doen. Waarom? „Ik heb mijn lange gewaad uitgetrokken. Hoe kan ik het weer aandoen? Ik heb mijn voeten gewassen. Hoe kan ik ze vuilmaken?” Dit fragment laat beslist zien dat de Sulammitische gevoel voor fatsoen heeft! — Hoogl. 5:2-6.
De apostel Paulus zei: „Alle dingen zijn rein voor de reinen. Doch voor hen die verontreinigd en ongelovig zijn, is niets rein, maar zowel hun geest als hun geweten is verontreinigd” (Tit. 1:15). Wanneer ernaar wordt gekeken door mensen wier geest is besmet door de immorele denkwijze van deze wereld, ziet men er kans toe zelfs zo iets reins en heilzaams als de liefde van het Sulammitische meisje voor haar herder er smerig uit te laten zien.