Stel, u bent de huiseigenaar en dit zijn uw bewoners . . .
BOVEN op een klif, vanwaar men een schitterend uitzicht heeft over zee, hebt u op 8 hectare licht glooiend bosland een prachtig huis laten neerzetten. Het interieur is door een begaafd binnenhuisarchitect verzorgd. Buiten, dicht bij het huis, zorgen bloembedden voor een schitterende kleurenpracht, terwijl een zelfde verrukkelijke bloemenweelde in de bloembakken onder de vensters prijkt. Een boomgaard en een groentetuin verschaffen een rijkdom aan voedsel.
Voorbij de bebouwde stukken grond omringen hoog oprijzende bomen een weide waardoorheen zich vriendelijk kabbelend een beekje kronkelt. Een zachte zeebries strijkt over wilde bloemen die als met een schilderspenseel op de zonnige open plekken tussen de bomen zijn aangebracht. Waar u ook kijkt, het is een feest voor het oog, terwijl u uw neusgaten trakteert op volle ademteugen van de met bloemengeuren vermengde zeelucht en uw oren genieten van de vogelzang en het zachte suizelen van de wind in de bladeren. Op de achtergrond hoort u het gedempte geluid van de branding op het strand ver beneden u.
Als u het resultaat van uw werk overziet, voelt u voldoening en u wilt dat anderen ervan kunnen genieten. U draagt alles over aan een groot gezin en vertelt hun hoe zij er zorg voor moeten dragen. U vertrekt.
Later komt u daar terug, en u bent geschokt! De zee is gelig bruin, teerplekken en rommel ontsieren het strand, bomen zijn omgekapt, het malse groen van de weide is bruin geworden, de beek is nog slechts een miezerig stroompje en hij is vervuild. Overal ligt afval. De vogels zijn verdwenen, de bloemen zijn weg, de fruitbomen zijn dood en waar eens de tuin was, is nu een betonnen vloer gestort.
De verf van het huis is afgebladderd. Binnen zijn de vloeren vuil, de muren bekrast en de meubels beschadigd. Overal in de keuken liggen voedselresten en het aanrecht staat propvol met vuile borden. Uit sommige kamers schalt muziek, in andere hoort men gevloek en in weer andere worden grove seksuele immoraliteit en perversiteiten bedreven. Het gezin waaraan het beheer was toevertrouwd, is zeer talrijk geworden en de leden ervan maken ruzie en vechten, ja, doden elkaar zelfs.
Als u de schade aan uw huis en grond overziet, en het morele verval van de bewoners opmerkt, wat speelt er dan door uw geest? Dit was het werk van uw handen. U bent de huiseigenaar. Deze mensen wonen in uw huis. Het is duidelijk dat zij geen waardering hebben voor wat u voor hen hebt gedaan. Zij hebben uw instructies ten aanzien van de verzorging van uw eigendom naast zich neergelegd. Laat u hen blijven? Wat zult u doen?
Evenzo ’behoort aan Jehovah de aarde en dat wat haar vult’ (Ps. 24:1). Nadat hij de aarde had geschapen, ’zag hij alles wat hij gemaakt had en zie het was zeer goed’ (Gen. 1:31). Hij plaatste mensen op de aarde en gebood hun er zorg voor te dragen — zorg te dragen voor de planten, de dieren, het milieu. Wat ziet God nu na 6000 jaar? Hoe denkt hij over wat hij ziet? Wat zal hij doen?