Een lang leven en voldoeningschenkend werk
EEN wereldberoemd dirigent had een contract voor vijf jaar getekend met een belangrijke platenmaatschappij om vier opnamen per jaar te maken. Dat klinkt misschien niet ongewoon. Maar de dirigent, Leopold Stokowski, was toen 95 jaar, zodat hij volgens het contract tot zijn 100ste nog bezig zou zijn met zijn veeleisende werk! Hij stierf echter in zijn 96ste jaar.
Dit is geen alleenstaand geval. Het concertpodium schijnt wel bijzonder dichtbezet met 80- en 90-jarigen. De pianist Arthur Rubinstein is nu 95, de violist Jascha Heifetz is 80 en de gitarist Andrés Segovia is 88, om slechts een paar van de beroemdsten te noemen. Onder de musici uit het verleden bleef Arturo Toscanini, een van de grootsten onder de dirigenten, tot op bijna 90-jarige leeftijd actief, leidde Arthur Fiedler het vermaarde Boston Pops orkest tot hij in 1979 op bijna 85-jarige leeftijd stierf en bleef de Spaanse cellist Pablo Casals tot op een leeftijd van ongeveer 96 jaar organisator van het Festival van Prades.
Bij het samenstellen van een lijst van 35 overleden dirigenten merkte Dr. Donald H. Atlas, lector aan de medische faculteit van de Universiteit van Californië in San Diego (VS), op dat hun gemiddelde leeftijd 73,4 jaar bedroeg. In vergelijking daarmee bedraagt de gemiddelde levensduur van Amerikaanse mannen volgens Dr. Atlas 68,5 jaar. De doctor gaf als commentaar: „Aangezien ik in deze groep geen enkel sterfgeval heb kunnen vinden op een leeftijd van minder dan 58 jaar, ben ik er vast van overtuigd dat deze mannen door enkele nog onbekende factoren worden beschermd voor de moderne plaag van vroege dodelijke ischemische vaataandoeningen.”
Misschien wordt er wat licht geworpen op die „nog onbekende factoren” door de uitkomsten van een in 1973 door het Ministerie van Gezondheid, Onderwijs en Sociale Zaken gepubliceerd rapport, getiteld „Werk in Amerika”. Het rapport wees op voldoening, geput uit het werk, en een gevoel van geluk in het algemeen als twee belangrijke factoren die tot een lang leven bijdragen.
Ongeveer 3000 jaar geleden merkte de wijze koning Salomo op: „Ik heb gezien dat er niets beters is dan dat de mens zich verheuge in zijn werken [te genieten van zijn werk, Willibrordvertaling], want dat is zijn deel” (Pred. 3:22). In tegenstelling tot de gangbare mening dat „kalmpjes aan doen” het geheim van een lang leven is, schijnen de voorgaande onderzoeken en voorbeelden erop te wijzen dat zinnig en voldoeninggevend werk tot een lang leven kan bijdragen. Dr. Atlas voegde eraan toe: „Ik hoop dat het duidelijk bevredigende levenspatroon van dirigenten ons zal tonen hoe wij zowel leven aan onze jaren kunnen toevoegen, alsook jaren aan ons leven.”