„Wij hebben vreugde in ons werk!”
Door Ontwaakt!-correspondent in Japan
IK ZOU u graag iets vertellen over een heel ongewoon bouwproject in Japan. Wat maakt deze bouw in Ebina, niet ver van Tokio, tot zo’n ongewoon project? Allereerst al dat de ettelijke honderden arbeiders die aan het project werken, ongesalarieerde, vrijwillige krachten zijn.
Ondanks de ongemakken die eruit voortvloeien dat men ook woont op het terrein van de bouw, en ondanks het zware werk, is het duidelijk dat deze werkers voldoening putten uit hun werk. Bij mijn interviews kreeg ik telkens weer te horen: „Ik heb vreugde in mijn werk!”
Zo zei ik bijvoorbeeld tegen een werker: „Allemensen, jij werkt hard, en dan ook nog zulk eentonig werk! Je zult wel blij zijn als de dag er weer op zit.” Hij antwoordde: „Het is waar dat ik moe ben, en ik zie ernaar uit vanavond te kunnen rusten. Maar ik heb vreugde in mijn werk. En dat geldt voor alle 342 mensen hier die vrijwillig aan dit project meewerken.”
Een andere werker zei: „Goed, we maken lange dagen, onder allerlei weersomstandigheden, en we krijgen geen loon; alleen onze kamer, de kost en een kleine toelage. Maar we putten werkelijk heel veel vreugde uit wat we doen.”
Toen ik de werkers interviewde, werd onmiddellijk duidelijk dat hun vreugde in verband stond met het doel van het werk. Zo zei een werker: „Mijn vreugde spruit voort uit het feit dat het werk rechtstreeks verband houdt met mijn doel in het leven. Te weten dat wat je elke dag doet, bijdraagt tot dat centrale doel is bijzonder voldoeningschenkend.”
Om een duidelijk beeld te krijgen van wat hier allemaal gebeurt, stelde ik de volgende vragen, en dit zijn enkele van de antwoorden die de werkers gaven:
V. „Waarom gaf je je als vrijwilliger op om aan dit project mee te werken?”
A. (Josjinoboe Foetakoetji): „Toen ik hoorde dat Jehovah’s Getuigen van plan waren in Ebina een drukkerij te gaan bouwen, raakte ik helemaal opgewonden. Er werd aangekondigd dat er plannen waren voor een drukkerij, een kantoorgebouw en een woongedeelte voor meer dan 300 werkers. Deze noodzaak werd gedicteerd door de gestegen oplaag van de tijdschriften Ontwaakt! en De Wachttoren in Japan. Deze tijdschriften hebben nu alleen al in Japan een totaaloplage van meer dan 1.700.000 exemplaren per maand. In de nieuwe drukkerij zullen bovendien gebonden boeken die de bijbel verklaren, worden geproduceerd. Al deze lectuur zal worden gebruikt door de 55.872 getuigen van Jehovah in Japan, die vorig jaar meer dan 20 miljoen uur aan hun openbare bediening besteedden.
Er werd verteld dat het gehele bouwproject zou worden uitgevoerd met vrijwillige werkers. Dat herinnerde mij eraan hoe in de oudheid bereidwillige werkers meehielpen aan de bouw van de tabernakel (Ex. 35:1, 2). Ik wilde ook graag een aandeel hebben aan het Ebina-project, uit waardering voor het voortreffelijke doel waarvoor de drukkerij zal worden gebruikt, namelijk het produceren van lectuur die mensen helpt God en zijn voornemens te leren kennen. Mijn collega’s denken er net zo over.”
V. „Zou je ons willen vertellen waarom je zo van je werk houdt?”
A. (Haroejoeki Zenetani): „Wel, tot voor twee jaar werkte ik voor een firma waar het heel gewoon was om naar boven te likken en naar beneden te trappen. Iedereen was eropuit om vooruit te komen, en om dit te bereiken haalden ze anderen omlaag om daardoor zelf een goed aanzien te krijgen.
Ik zie hier precies het tegenovergestelde. Allen werken samen als één groot gezin. Het wèrk is belangrijk, en niet of iemand ermee hogerop komt. Allen hebben hetzelfde doel. Niemand stelt zichzelf op de voorgrond. De mensen hier zijn er niet bezorgd over dat hun positie bedreigd zou worden doordat een rivaal hen zou inhalen.
Voor mij is het duidelijk dat het bijbelse beginsel ’liefde zoekt niet haar eigen belang’ praktisch is (1 Kor. 13:4, 5). Het feit dat wij vrede en eenheid hebben, en daarbij een hoge produktiviteit, laat zien hoe doeltreffend dat beginsel is.”
Ik merkte op dat er veel nieuwelingen werden opgeleid. Maar ik vroeg me af hoe degenen bezien werden die nog niet zo’n vaardigheid hadden ontwikkeld dat zij zeer efficiënt konden werken. Dus informeerde ik daarnaar bij een ex-politieagent.
V. „Wat trekt je aan in de onderlinge werkverhoudingen tussen de werkers?”
A. (Katsoejoeki Kamakoera): „Ik waardeer vooral hoe alles hier toegaat volgens het beginsel van liefde. In het politieapparaat is alles, vanaf de opleiding tot de uiteindelijke functies, gericht op de sterken. Dat moet waarschijnlijk ook wel, gezien de aard van hun taak als wetshandhavers, maar de wijze waarop wij hier werken in een systeem dat gebaseerd is op liefde, komt ons allemaal op twee manieren ten goede.
Zo worden bijvoorbeeld degenen die niet zo sterk zijn, met consideratie bejegend, en ten gevolge van hun krachtsinspanningen doen zij goed werk voor de hele organisatie. Als een persoon niet zo snel kan leren, wordt hij niet aan zijn lot overgelaten zodat hij zich ongelukkig zou voelen. Hij wordt vol geduld onderwezen en vaak wordt zo iemand daardoor een des te ijveriger werker.
Veel werkers waren ongeschoold toen zij hier kwamen. Dat er nu, na twee jaar, vele bekwame timmerlieden, loodgieters, elektriciens en tekenaars zijn terwijl er eerst slechts een paar waren, zegt een heleboel over de bereidwilligheid van degenen die ervaring hebben, om de onervarenen te onderwijzen, niet waar?”
Nog iets dat indruk op mij maakte, was dat ik niet overal „bazen” herkende die bevelen schreeuwden. Ik vroeg er een kok naar.
V. „Wat voor soort van supervisie hebben de werkers hier?”
A. (Keiitji Nakamoera): „Laat ik je een voorbeeld geven. Wij koken iedere dag met z’n twintigen voor 550 man, te weten de werkers op de bouw en degenen die al van het vroegere bijkantoor in Noemazoe hierheen zijn verhuisd. En het schijnt dat ze allemaal een gezonde eetlust hebben!
Wel, zoals iedereen die wel eens in een keuken heeft gewerkt, weet, kan het daar rond etenstijd koortsachtig druk zijn. We werken onder spanning. Maar het feit dat we allemaal christelijke beginselen in onze spraak en in ons gedrag in praktijk proberen te brengen, draagt tot onze eenheid bij. Het helpt ook dat we goed georganiseerd zijn.
De opzieners werken even hard als ieder ander, of harder. Er is niemand die alleen maar bevelen geeft. Het beginsel dat opzieners de leiding in het werk nemen, is een van de dingen die mij juist zo bij Jehovah’s Getuigen hebben aangetrokken.”
V. „In welk opzicht?”
A. „Laat ik me nader verklaren. Voordat ik de bijbel bestudeerde, hield ik er erg anarchistische ideeën op na. Ik was van mening dat de mensheid beter af zou zijn zonder enige georganiseerde regering of sociale groep. Dat is een van de redenen waarom ik kok werd, want dan hoefde ik niet in een of andere organisatievorm te werken. Ik was van mening dat de mensheid op weg was om zichzelf te vernietigen en dat de organisaties van de wereld daar nog een handje bij hielpen.
Door mijn studie van de bijbel ging ik zien dat georganiseerde activiteit noodzakelijk is om Gods voornemen te verwezenlijken. Maar sinds ik hier ben komen werken, is het veel dieper tot mij doorgedrongen hoe totaal anders deze organisatie is. Omdat ze gedreven wordt door onzelfzuchtige motieven, en vriendelijke en hard werkende opzieners heeft, is dit beslist een organisatie die mensen ten goede komt.”
De leeftijd van de werkers liep uiteen van 18 tot 67 jaar. Velen van hen zijn jonge mannen in de twintig die er voordeel van trekken dat ze bij hun werk tegelijk een opleiding ontvangen. Maar hoe staat het met die oudere werkers die van hun pensionering hadden kunnen genieten in plaats van zo hard te werken? Ik vroeg:
V. „Waarom zou een 65-plusser zich als vrijwilliger opgeven om hier op een bouw te werken?”
A. (Takeo Tsoeji): „Ik moet toegeven dat sommigen dachten dat ik te oud was om mij voor dit project op te geven. Op mijn 65ste werd ik gepensioneerd en ik had een rustig leventje kunnen gaan leiden. Maar ik wilde iets nuttigs voor mijn medemens doen. Ik had ervaring in het loodgietersvak, en ik bood mij aan met de gedachte dat mijn ervaring misschien een hulp kon zijn.
Ik heb een poosje als loodgieter gewerkt, maar nu zit ik bij de receptie. Dat is werkelijk een voorrecht voor mij. Veel mensen van mijn leeftijd hebben niets om handen, maar mijn leven is gevuld met lonende activiteit.
Ik ben een weduwnaar zonder gezinsverantwoordelijkheden. Maar het feit dat ik hier kan samenwerken met jonge mannen die mijn kleinkinderen hadden kunnen zijn, heeft mij geholpen om jong te blijven. O, zeker, ik heb mijn pijntjes en mijn kwaaltjes, maar die zou ik thuis ook hebben.”
Met de oudere werkers in gedachten informeerde ik hoeveel mannen hier met hun gezin waren. Ik vernam dat het er zeventien waren. Dus vroeg ik me af wat voor soort van regelingen deze gezinnen hadden moeten treffen om hier aan dit project te komen werken.
V. „Hier met een gezin te zijn zal wel wat aanpassingen in jullie manier van leven hebben gevergd, niet waar? Hoe heb je dat klaargespeeld?”
A. (Motomoe Kamata): „Omdat ik mijn eigen architectenbureau had, kon ik mijn aangelegenheden zelf regelen. Toen ik echter zag welk een enorme omvang het Ebina-project had, wist ik dat het mijn tijd volledig zou opeisen als ik een werktoewijzing zou aanvaarden.
Ik besprak het vooruitzicht met mijn gezin. Ze besloten allemaal mee te werken zodat ik mij zou kunnen aanbieden. Hoewel mijn vrouw in verwachting was van ons vierde kind, aarzelde zij geen moment om mij aan te moedigen. Het was haar geest van zelfopoffering die mij in staat stelde te komen.
Ik lichtte mijn klanten erover in dat ik mijn bureau tijdelijk zou gaan sluiten. Eerst geloofden zij mij niet! Maar toen het tot hen doordrong dat het mij ernst was, lieten zij mij weten weer met mij te willen samenwerken als ik mijn kantoor weer opende.
Ook moesten we ons huis achterlaten en verhuizen naar een minder dure woning in de buurt van het bouwterrein. Maar iedereen in het gezin was gelukkig deze offers te kunnen brengen. Eén voordeel is geweest dat wij meer gingen beseffen dat het niet de materiële dingen zijn die mensen werkelijk gelukkig maken, zodat wij die dingen dan ook op een ondergeschikte plaats hebben kunnen houden. Wij willen dat besef niet verliezen, ook niet als wij straks weer terugkeren tot onze vroegere levensstijl.”
Ik zocht vervolgens een ander gezinshoofd op en stelde hem soortgelijke vragen.
V. „Jij hebt ook een gezin te onderhouden, niet waar? Heeft het moeite gekost om de nodige regelingen te treffen om hierheen te komen?”
A. (Masahito Sato): „Ik heb 25 jaar in de rioolwaterverwerking en de waterverontreinigingscontrole gewerkt, dus ik dacht dat ik misschien van nut zou kunnen zijn voor het project. Ik heb mijn baan bij de maatschappij waar ik werkte, opgezegd met het idee dat als dit bouwproject in Ebina voltooid is, ik verder al mijn tijd aan bijbelonderwijzingswerk zal kunnen geven.
Mijn vrouw was er blij mee dat ik mijn diensten als vrijwilliger kon aanbieden, maar zij voelde er niet veel voor om ons huis achter te laten en onze zoon van school te laten veranderen. Zij had daar hechte vriendschappen en ook had ze een actief aandeel aan het helpen van de buren met hun studie van de bijbel. Dus pendelde ik ongeveer een jaar lang op en neer tussen mijn huis en het bouwterrein. Maar het was eenvoudig te ver.
Dus stelde ik mijn vrouw voor hier naar het bouwterrein te verhuizen. Zij stemde ermee in, en wat denk je, nu heeft ze het hier zo naar haar zin dat ze het helemaal niet leuk vindt om straks weer te moeten vertrekken. Dit komt omdat wij hebben geleerd wat het zeggen wil anderen te dienen en het geluk te smaken dat uit die dienst voortspruit. Zoals Jezus zei: ’Het is gelukkiger te geven dan te ontvangen.’ — Hand. 20:35.
Ook anderen hebben bemerkt dat dit het geval is. En zij komen uit allerlei rangen en standen en verschillende gezinsomstandigheden, maar allen hebben de nodige veranderingen in hun leven aangebracht. Onder de werkers hebben we bijvoorbeeld iemand die vroeger testrijder van motorfietsen was en nu stukadoorswerk verricht, en een chemisch ingenieur die nu aan de machine staat waarmee staven betonijzer worden gebogen; en wij hebben hier ook een cartoontekenaar, een voormalig bokser, landbouwers, koks, een atoomgeleerde en een ex-rockmusicus, om er slechts enkelen te noemen. Het is een gevarieerd gezelschap, en onze omgang draagt bij tot onze mensenkennis en verrijkt ons leven. Wij hebben er dus zeker voordeel van getrokken dat wij de nodige veranderingen hebben aangebracht om hier te komen.”
Het was heel verhelderend om te zien vanuit welk concept hier gebouwd wordt. Bij andere projecten, waar het er in hoofdzaak om gaat winst te maken, leggen velen van de arbeiders zich niet echt met hart en ziel toe op hun werk. Waar mogelijk maken zij zich er op de gemakkelijkste wijze van af, en vaak verspillen zij materiaal. En degenen die een leidinggevende positie bekleden, zullen vaak minder kwaliteitswerk leveren en op materiaal bezuinigen om hun winsten hoger te maken.
Maar dat is hier in Ebina niet het geval. De werkers worden ertoe aangemoedigd goede materialen aan te schaffen, zelfs al kosten ze iets meer, en zich niet ergens gemakkelijk van af te maken of materialen te verspillen. Het doel is een gebouwencomplex neer te zetten dat sterk, duurzaam en gemakkelijk te onderhouden zal zijn. De outillage moet dus goed zijn en op juiste wijze worden geïnstalleerd. Dat is de reden waarom een werker zei: „Wij kunnen trots zijn op ons werk.”
Ik vroeg vervolgens aan een andere werker:
V. „Wat betreft het werk zelf, ik heb enkele van de werkers hier horen spreken over ’beproevingen’ in verband met hun werk. Zou je dat willen verklaren?”
A. (Takaaki Kato): „Ik kom uit een invloedrijke familie en had een leidinggevende positie in het familiebedrijf voordat ik mij als vrijwilliger opgaf. Maar hier kreeg ik geen ’ere’-baan. Ik ben een van de 23 personen aan wie de zorg voor de kamers van de werkers is toegewezen. Wij doen allerhande karweitjes, van het rondbrengen van linnengoed tot het reinigen van toiletten toe. Ik was vroeger niet gewend zulk soort werk te doen, en het bracht zijn eigen soort van beproeving met zich.
Onlangs kreeg ik echter een les in nederigheid van een werker die op zijn visum wachtte om als zendeling naar Taiwan te gaan. Hij kreeg de toewijzing om met mij samen te werken, en ik moest de instructies geven. Nu had hij al vele jaren op ons bijkantoor hier in Japan gewerkt en had zowat alles gedaan wat met het organiseren van het huishouden te maken heeft. Toch volgde hij mijn aanwijzingen nauwgezet op, zelfs in de nederigste taken, hoewel hij veel meer ervaring had dan ik. Het was een nederig stemmende ervaring voor mij.”
De voormalige rockmusicus Haroehisa Mijasjita voegde daar deze commentaren aan toe: „Velen van ons hebben de een of andere soort van beproeving gehad. Maar ze strekken ons tot voordeel. Als ik bijvoorbeeld mijzelf beschouw, ik had mijn gezondheid geruïneerd, doordat ik vroeger, toen ik nog in de wereld van de rockmuziek zat, een leven leidde waarin ik alleen maar genoegens najaagde. Ik dacht dat ik gezond genoeg was toen ik mij als vrijwilliger voor dit werk opgaf, maar ik was in het geheel niet in conditie voor het lichamelijk veeleisende werk in de bouw. Maar ik bleef optimistisch en hield me aan het voorgestelde schema om gezond te blijven. Het resultaat is dat ik zes kilo zwaarder ben geworden, evenwichtigheid heb geleerd en me tevreden voel, wat nooit het geval was toen ik alleen maar genoegens najaagde.”
Het is dus duidelijk dat degenen die aan dit buitengewone bouwproject werken, veel hebben geleerd. Zij hebben nieuwe beroepen geleerd, hebben vele duurzame vriendschappen gesloten en hebben voorbeelden gezien van christelijk gedrag en nederigheid. Bovendien is er zowel in geestelijk als in stoffelijk opzicht op overvloedige wijze in hun behoeften voorzien.
De directeur van een plaatselijke bouwonderneming verwoordde in het kort de gevoelens van de werkers hier, toen hij onlangs eens kwam kijken. Hij merkte het volgende op: „Te zien hoe meer dan 300 jonge mensen, merendeels toch zonder ervaring, in harmonie samenwerken, met een lachend gezicht waaruit duidelijk blijkt dat zij het naar hun zin hebben, doet bij mij de wens opkomen dat iedereen zo van zijn werk zou kunnen genieten.”
Ik dacht bij mijzelf: Eens, in Gods nieuwe ordening, zal dat inderdaad voor iedereen die dan leeft, het geval zijn. — Ps. 37:11; Jes. 65:21, 22.
[Illustratie op blz. 16]
Zo gaan de nieuwe Japanse faciliteiten van het Wachttorengenootschap in Ebina, niet ver van Tokio, eruitzien