Heeft het leven wel enige zin?
EEN man die in lang vervlogen tijden een pijnlijke beproeving onderging zonder te weten waarom, riep over de toestand van de mens wanhopig uit: „De mens, uit een vrouw geboren, leeft korte tijd en is verzadigd van beroering. Als een bloesem is hij te voorschijn gekomen en hij wordt afgesneden, en hij vliedt heen als de schaduw en blijft niet bestaan.” — Job 14:1, 2.
Is dit alles wat er is? Heeft het leven wel enige zin? Deze vragen zijn telkens weer gesteld, van geslacht op geslacht door alle eeuwen heen. Vooral wanneer mensen ouder worden, zien zij terug op hun leven en vragen zij zich af wat de zin ervan geweest is.
Bij de begrafenis van een oude man zullen sommigen zeggen: „Hij heeft in elk geval een lang en gelukkig leven achter de rug.” Dat schijnt dan te moeten betekenen dat daarmee de dood aanvaardbaar is. Maar maakt het feit dat iemand een lang en gelukkig leven heeft gehad, het sterven gemakkelijker te aanvaarden? Of juist moeilijker? Zou het niet gemakkelijker zijn een leven van frustratie achter te laten dan een gelukkig leven? Niemand zegt: „Ik ben zo gelukkig, dat ik een eind aan mijn leven wil maken!” Het zijn de ongelukkigen, die hun toevlucht nemen tot zelfmoord. De volle buik van gisteren neemt niet het hongergevoel weg van de lege maag van vandaag. En wat tijdens het leven zinvol scheen, lijkt dikwijls niet zo belangrijk meer bij het naderen van de dood.
Het leven heeft voor velen zijn betekenis verloren. Het wereldtoneel ziet er somber uit. Het leven is goedkoop. Voor velen is het frustrerend. De jongeren worden verwaarloosd, de ouderen worden weg gestopt in naargeestige verpleeghuizen. Spanningen hopen zich op totdat het hart het begeeft of het tot een uitbarsting van geweld komt. Politieke corruptie neemt hand over hand toe en de geloofwaardigheidskloof wordt breder. Bezorgde enkelingen die proberen de toestand te verbeteren, sorteren evenveel effect als een vlo die zich met volle kracht op een olifant stort. De ontgoocheling doet haar intrede en de mensen geven zichzelf over aan een zinloos bezig zijn met zichzelf. Over deze tendens zegt een best-seller in de Verenigde Staten, The Culture of Narcissism (De cultuur van het narcisme): „Daar zij geen hoop hebben hun leven op een of ander wezenlijk belangrijk punt te verbeteren, hebben mensen zichzelf aangepraat dat een psychische zelfverbetering van wezenlijk belang is: zich bewust worden van hun gevoelens, gezondheidsvoedsel eten, ballet- of buikdanslessen nemen, zwelgen in de wijsheid uit het Oosten, joggen, leren ’communiceren’ . . . Zij jagen levendiger ervaringen na, proberen het trage vlees weer tot leven te brengen, trachten afgestompte verlangens weer op te wekken . . . geestelijke gezondheid betekent het overboord zetten van remmingen en de onmiddellijke bevrediging van iedere impuls.” — Blz. 29, 39, 40, 43.
Wanneer mensen deze koers varen, wordt hun zinloze leven nog zinlozer en in nog wanhopiger pogingen tot ontsnapping storten zij zich in seksuele orgieën en perversies, gaan zich te buiten aan vlagen van vandalisme en redeloos geweld, gebruiken drugs en kiezen zelfs voor de laatste ontsnappingsmogelijkheid — zelfmoord. Allemaal omdat zij vinden dat hun leven geen zin heeft.
Een paar korte jaren hier, dan het graf en de vergetelheid. Hoe kan dat zin hebben? Het leven lijkt een oefening in nutteloosheid.
„Hoe zou mijn leven enige zin kunnen hebben?” vraagt een mens zich af. „Wie zal mij missen als ik er niet meer ben, en voor hoe lang? En als ze me missen, wat schiet ik daar dan mee op? Ik ben maar een eenling onder miljarden. Wie merkt mij op, wie geeft er om mij, wie zal zich mij herinneren?”
Maar wacht eens even! Er zijn wel degelijk personen die u opmerken. Er zijn wel degelijk personen die om u geven en er zijn personen die zich u zullen herinneren. Het leven heeft wel degelijk zin, als u dat wilt, als u het zinvol maakt. De volgende artikelen tonen aan dat dit zo is.