Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g80 22/6 blz. 16-21
  • Verliezen de kerken van de christenheid hun greep?

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Verliezen de kerken van de christenheid hun greep?
  • Ontwaakt! 1980
  • Vergelijkbare artikelen
  • Wat komt eerst — uw kerk of God?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1970
  • Het kenteken van de geest
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1960
  • Waarom religieuze leiders zich zorgen maken
    Ontwaakt! 1970
  • Wat zij over hun kerken zeggen
    Ontwaakt! 1970
Meer weergeven
Ontwaakt! 1980
g80 22/6 blz. 16-21

Verliezen de kerken van de christenheid hun greep?

Door Ontwaakt!-correspondent in Brazilië

WANNEER men de kerken van de christenheid van nabij bekijkt, ziet men een rijk dat aan het afbrokkelen is. Eeuwen geleden werd een groot deel van de wereld door een machtige Kerk gedomineerd. Haar keizers en koningen regeerden krachtens „goddelijk recht”. Toen kwam de Reformatie en er ontstond een nieuwe, afgescheiden macht. Na de Dertigjarige Oorlog werd de invloed van de katholieke Kerk door het in 1648 gesloten vredesverdrag van Westfalen beknot. Het protestantisme werd machtiger. De Franse Revolutie luidde een tijdperk in van reactie tegen de heerschappij van de Kerk. Weldra ontstonden overal liberale bewegingen. In een snelle opeenvolging kwamen de industriële revolutie, de evolutietheorie, hogere kritiek, modernisme en materialisme.

De Eerste Wereldoorlog trof de wereld als een donderslag. De Orthodoxe Kerk in Rusland verbrokkelde onder de aanval van het bolsjevisme. Ook andere landen werden opgeslokt door het communisme dat vastbesloten was religie, die „opium voor het volk” werd genoemd, uit te roeien. Met het oog op dit alles wierp paus Johannes Paulus II onlangs de volgende vragen op: „Welke bestemming heeft Onze Heer de komende jaren voor zijn Kerk? In welke richting zal de Mensheid zich begeven nu ze het jaar 2000 nadert? Dit zijn brandende vragen, en het enige antwoord is: ’God weet het.’”

God weet het. Dat is waar. Het zal interessant en misschien wel onthullend zijn om eens te kijken hoe het in verschillende delen van de wereld gesteld is met de kerken.

AFRIKA

Nigeria:

De presbyteriaanse geestelijke James Ukaigbu klaagde erover dat „de kerk tegenwoordig haar gevoel van identiteit heeft verloren, net als iemand die aan geheugenverlies lijdt en die vraagt: wie ben ik en waarom ben ik hier?”

De New Nigerian zei: „Veel religieuze hoogwaardigheidsbekleders hebben voor hun volgelingen geen enkele hoge morele maatstaf vastgesteld. Zij verwachten dat de gemeenteleden dat zelf doen.”

In Nigeria wordt echter nog steeds op grote schaal religie beoefend, of het nu de islamitische, de christelijke, of de inheemse godsdienst is. Maar als morele en opvoedkundige kracht taant de invloed der kerken. Misdaad en immoraliteit nemen toe. Tijdens de burgeroorlog hebben de kerken partij gekozen, en na de oorlog werden de scholen die door zendelingen werden geleid, door de regering overgenomen. Bovendien is er door materialistisch en evolutionistisch onderwijs op middelbare scholen en universiteiten een generatie ontstaan die veel minder religieus gezind is.

Zuid-Afrika:

Dr. Jan Karel Coetzee, docent aan de Universiteit van Pretoria, heeft een enquête gehouden onder leden van de Nederduits Hervormde Kerk. Van degenen die werden ondervraagd, geloofde 28 percent niet in de erfzonde, twijfelde 19 percent aan het scheppingsverslag, en betwijfelde 23,8 percent het verslag van Adam en Eva. Bijna 70 percent geloofde dat men Christus Jezus niet nodig heeft om gered te worden.

AZIË

Hong Kong:

Het in Hong Kong verschijnende tijdschrift Asiaweek gaf weer hoe de Aziaat denkt: „Politiek rechtse westerse prelaten hebben hun zegen gegeven aan de bommen van de Gevestigde Orde. Langharige paters in Latijns-Amerika hebben voor links hun bommen geworpen. . . . Haar rijkdom kan de ongunstigste reclame voor de Roomse kerk vormen. . . . In 100 sloppenwijken torenen de rijk versierde en aan haar God opgedragen kathedralen hoog uit boven de tastbare ellende van de mens. . . . In de geschiedenis van vele naties is de katholieke Kerk een feodale conservatieve macht geweest, die dikwijls de mogelijkheid tot gerief in dit leven heeft opgeofferd voor volgzame onwetendheid waardoor de ziel in het volgende leven gelukkig zou worden. De val van een dictator is dikwijls samengegaan met het platbranden van kerken.”

Japan:

De Aoyama Gakuin Universiteit, gesticht door methodistische zendelingen in Tokio, besloot in 1973 haar theologische colleges te staken vanwege een achteruitgang in deelnemers en een gebrek aan docenten. Ook het boeddhisme is trouwens in de Oriënt aan dezelfde afbrokkelende krachten onderhevig als de westerse kerken.

AUSTRALIË

Op dit continent met zo’n 13,5 miljoen inwoners, heeft de Rooms-Katholieke Kerk 2000 nonnen en 400 „religieuze broeders” en priesters minder dan in 1966.

Een verslag uit Melbourne toont aan dat het met de protestanten al niet veel beter gesteld is: „Eén op de vijf protestantse geestelijken in Australië twijfelt aan het bestaan van God en de hemel, zo is door een officiële enquête in de kerk aangetoond. De enquête bracht aan het licht dat een derde van de protestantse kerkgangers twijfels omtrent God heeft.”

EUROPA

Britse Eilanden:

In juli 1978 zei de aartsbisschop van Canterbury tot 400 bisschoppen op de Lambeth-conferentie: „Moge God ons vergeven. Wij zouden het niet willen toegeven; als wij dat deden, zouden onze gemeenten geschokt zijn. Maar wij hebben opgehouden te luisteren en ons geestelijk leven is gestorven, hoewel wij de schijn ophouden en voor de vorm meedoen.” Het aantal geestelijken neemt af.

Een correspondent van de Times zei dat „alle grote kerken met een daling in lidmaten en met ernstige financiële moeilijkheden te kampen hebben, maar dat ze zich de meeste zorgen maken over de breder wordende kloof die tussen de gevestigde religie en de jongere generatie ontstaan schijnt te zijn”.

Frankrijk:

Monseigneur Gabriël Matagrin, bisschop van Grenoble, zegt volgens het boek L’Eglise déchirée (De verscheurde kerk, 1978) van Alain Woodrow het volgende: „De Kerk maakt ontegenzeglijk een crisis door. Het beoefenen van godsdienst neemt af, er is een daling in dopelingen en catechisanten en er zijn steeds minder priesters en religieuze roepingen.”

Priester Bernard Bro zei in een vastenpreek in de Notre-Dame: „Specialisten schatten dat het aantal praktizerende katholieken [in Frankrijk] van 16% naar 7% zal dalen. Wat mij betreft, ik houd mij aan het voorbeeld van de noordelijke landen, die mij hebben geleerd dat wij heel goed tot 1% zouden kunnen dalen. Over dertig jaar zal het allemaal voorbij zijn.”

Duitsland:

De Süddeutsche Zeitung verklaarde in een verslag over debatten op een katholieke conferentie: „De Kerk en haar instellingen schijnen niet alleen strijdig met de verwachtingen van de moderne mens te zijn maar ook altijd achter te lopen. Ze geeft de indruk niet te begrijpen wat mensen willen en wat zij werkelijk nodig hebben.”

Een schokkend bewijs van het feit dat de kerken in Duitsland terrein verliezen, was een enquête waarvan de resultaten in het tijdschrift Bunte werden vermeld: „Slechts 17% van de Duitsers onder de 35 gelooft dat God bestaat.”

Griekenland:

Tot voor kort was de Grieks-Orthodoxe Kerk almachtig. Nu komen haar gedragingen en doeleinden aan rechtstreekse kritiek bloot te staan. Het Atheense dagblad To Vima gaf het volgende commentaar: „In deze tijd is de Kerk, dat wil zeggen de geestelijkheid, en in het bijzonder de hoge geestelijkheid, dikwijls een broeinest van schandalen, een bron van dwaasheid en nonsens. Het is zelfs zo erg dat de grote meerderheid van de Grieken de meeste geestelijken niet beziet als eerbiedwaardige, geestelijke personen, maar als een zwerm opruiers en lasteraars, radicalen en uitbuiters, die in plaats van ’hun kudde te weiden’ hen met hun gebabbel en hun waanzinnig gepraat amuseren, wanneer de kudde tenminste niet van hun kunstenmakerij walgt.”

Turkije:

Vanuit Griekenland gezien aan de overkant van de Bosporus, in het oude Constantinopel, zetelt de „oecumenische patriarch en aartsbisschop van het ’nieuwe Rome’”. Demetrios I is de symbolische leider van de 85 miljoen orthodoxe kerkleden die de wereld telt. Het tijdschrift Time zei: „Maar wanneer Zijne Heiligheid Demetrios I op zondag de eucharistieviering leidt in de Kerk van St. Georgius te Istanbul, werpen de reusachtige kroonluchters hun zwakke licht over rijen lege kerkbanken. De gemeente telt slechts een dozijn aanbidders, van wie de meesten op leeftijd zijn. De historische aartsbisschopszetel, eens het middelpunt van de halve christelijke wereld, is stervende.”

Italië:

Aartsbisschop Pintonello zei in een open brief aan paus Paulus VI: „De seminaries en de Pontificale Atheneums zijn, zoals iedereen weet, in scholen veranderd en vervolgens overgegaan op marxisme en atheïsme, waarmee reeds meer dan 90% van de jonge geestelijkheid is besmet.” In La Difesa del Popolo werd het volgende over priesters gezegd: „In 1871 waren er in Italië 152.000, . . . in 1973 waren er 47.000. Daarbij moet in aanmerking genomen worden dat de Italiaanse bevolking intussen gegroeid was van 27 miljoen tot 54 miljoen inwoners.”

Portugal:

In 1977 verklaarde het tijdschrift Opção: „De situatie is van dien aard dat sommige priesters het gevoel hebben dat zij de laatste overlevenden zijn van een soort dat aan het uitsterven is. Een groot aantal van hen draagt ’s zondags de mis op en gaat in de week naar een universiteit of heeft een vaste baan. Zij zijn bang dat zij van de ene minuut op de andere gedwongen zullen worden een nieuwe manier van leven te zoeken.”

Spanje:

Er hebben zich radicale veranderingen in religieuze tradities voorgedaan. Enkele jaren geleden was de Heilige Week een religieuze viering die door iedereen trouw werd onderhouden. Nu vormt deze het sein voor een massale uittocht uit de steden naar het platteland en naar de bergen. Ook in Spanje zijn er op de seminaries nog slechts een handjevol theologiestudenten te vinden. De situatie wordt nog verergerd door het aantal personen dat het priesterambt en de kloosters verlaat.

Zweden:

De kerk in Zweden heeft niet veel invloed op het leven van de mensen. De Zweed bezoekt gemiddeld minder dan driemaal per jaar een kerk. Een commentator zei: „Het schijnt dat de Zweed, alles wel beschouwd, tevreden is met zijn kerk en bereid is de kosten van het onderhoud te betalen, hoewel hij de kerk niet bezoekt.”

DE AMERIKA’S

Verenigde Staten:

Het tijdschrift Time berichtte in een omslagartikel dat „nationaal gezien, de Episcopale Kerk de afgelopen tien jaar elke 15 minuten een kerklid verloren heeft”. Er ontstond een scheuring in die kerk over de kwestie van het aanstellen van vrouwelijke priesters. In januari 1978 werden vier nieuwe bisschoppen ingezegend voor de nieuwe „Anglicaanse Kerk van Noord-Amerika”. Een van hen zei dat in de Episcopale Kerk blijven, „hetzelfde is als mond-op-mondbeademing toepassen op een lijk”.

Rabbijn Alvin J. Reines heeft gezegd dat „het Amerikaanse jodendom in een wanhopige crisistoestand verkeert”. Volgens de Time is hij „ervan overtuigd dat de Amerikaanse joodse gemeenschap tegen het jaar 2100 van de huidige 5,8 miljoen tot minder dan 1 miljoen zou kunnen zijn afgenomen — zodat ze van geen enkele betekenis meer zal zijn”. Volgens zeggen betoogt Reines dat „Amerikaanse joden de leer van het traditionele Judaïsme eenvoudig niet aanvaarden. En wanneer er niet iets van religie blijft bestaan, zal het jodendom verdwijnen”.

Opwekkingsbewegingen schijnen een bloeitijd mee te maken, daar de meer gevestigde religies geen voldoening schenken. Het tijdschrift Human Behavior meldt echter dat het bij de beroemde kruistochten van Billy Graham wellicht niet allemaal is zoals het schijnt te zijn. Men beweert dat velen onder de mensenmassa die in reactie op de gebruikelijke oproepen naar het altaar komen, van tevoren tussen de menigte zijn geplaatst „om de indruk te wekken dat men spontaan en massaal naar voren stroomt”.

Een recente Gallup-jeugdenquête onthulde dat slechts 25 percent van de ondervraagde jongeren een groot vertrouwen in de georganiseerde religie tot uitdrukking bracht. Talloze commentaren luidden: „Bingo, bazars en beroerd slechte preken — dat is alles wat er over de kerk te zeggen is,” en kerkgangers „zijn geestelijk oppervlakkig”. Velen hadden commentaar op de huichelarij van kerken en kerkgangers en op het feit dat kerken niet over God of de bijbel leren.

Brazilië:

Hoewel dat in het verleden ongehoord was, heeft Brazilië nu „de immigratie van buitenlandse zendelingen, zowel rooms-katholieke als protestantse, drastisch beperkt” (Arkansas Gazette). Brengt Brazilië echter de priesters voor die het nodig heeft? Het percentage waarmee de bevolking toeneemt, is veel groter dan het percentage waarmee de priesters toenemen. O Estado de S. Paulo zei dat in feite „vanaf 1968 het aantal religieuze geestelijken langzaam is gaan dalen”.

De afnemende invloed van het katholicisme is ook merkbaar in de houding ten opzichte van het leven. Een team van de Universiteit van São Paulo kwam tot de bevinding dat één op de twee vrouwen de een of andere vorm van anticonceptie toepast, en dat ondanks de voorschriften van de Kerk. In een kop in de Brazil Herald wordt de volgende onthullende conclusie getrokken: „De Kerk in Brazilië: Het licht dat uitging.”

Misschien heeft uw kerk niet met de problemen te kampen die kenmerkend zijn voor de kerken van de christenheid in het algemeen. Misschien gaat het uw kerk voorspoedig, is er een goed bezoekersaantal en staat er een predikant op de kansel naar wie u graag luistert en met wie u graag samenwerkt. Toch kan er verschil bestaan tussen denken dat wij de waarheid hebben en werkelijk op de juiste weg zijn, en zelfs ware christenen krijgen de aansporing: „Blijft beproeven of gij in het geloof zijt, blijft bewijzen dat gij goedgekeurd zijt.” — 2 Kor. 13:5.

Toen Jezus op aarde was, liet hij zien dat de joodse religies in die tijd God niet dienden, en enkele van de vroege christelijke gemeenten konden op sommige punten evenmin de proef doorstaan. Hier volgen enige punten waarin die aanbidders van God te kort schoten, en waarin zowel individuele personen als kerken in deze tijd nog steeds te kort schieten. Laat een ieder van ons, terwijl wij deze — niet volledige — opsomming aan een onderzoek onderwerpen, onszelf en de gemeente waarmee wij verbonden zijn, onderzoeken.

[Inzet op blz. 18]

’Sommige priesters hebben het gevoel dat zij de laatste overlevenden zijn van een soort dat aan het uitsterven is’

[Inzet op blz. 18]

’In de Episcopale Kerk blijven is hetzelfde als mond-op-mondbeademing toepassen op een lijk’

[Inzet op blz. 19]

„De Kerk in Brazilië: Het licht dat uitging”

[Kader op blz. 20, 21]

HOE STAAT HET MET UW KERK?

Religieuze tradities of nauwkeurige kennis?

„Tevergeefs blijven zij mij aanbidden, omdat zij mensengeboden als leerstellingen onderwijzen.” „Zij [hebben] ijver voor God . . ., maar niet overeenkomstig nauwkeurige kennis.” — Mark. 7:7; Rom. 10:2.

Daders van Gods woord, of lippendienst, of voor de schijn?

„Wordt . . . daders van het woord en niet alleen hoorders.” „Geloof zonder werken [is] dood.” „Niet een ieder die tot mij zegt: ’Heer, Heer’, zal het koninkrijk der hemelen ingaan, maar hij die de wil doet van mijn Vader.” — Jak. 1:22; 2:26; Matth. 7:21.

Vleiende titels?

„Zij zijn gesteld op de voornaamste plaats . . . en worden door de mensen graag Rabbi genoemd. Maar gij moet u geen Rabbi laten noemen . . . gij allen [zijt] broeders. . . . Noemt bovendien niemand op aarde uw vader, want één is uw Vader, de Hemelse.” — Matth. 23:6-9.

Begunstiging?

„Wanneer gij . . . blijk blijft geven van begunstiging, doet gij zonde.” ’God is niet partijdig.’ — Jak. 2:9; Hand. 10:34.

Geestelijke personen?

„Broeders, [ik] kon . . . niet tot u spreken als tot geestelijke mensen. . . . Er [is] jaloezie en twist onder u.” „De vrucht van de geest . . . is liefde, vreugde, vrede, lankmoedigheid, vriendelijkheid, goedheid, geloof, zachtaardigheid, zelfbeheersing.” — 1 Kor. 3:1-3; Gal. 5:22, 23.

Openbare lofprijzers van God en Christus?

„Laten wij . . . God altijd een slachtoffer van lof brengen, namelijk de vrucht der lippen die zijn naam in het openbaar bekendmaken.” „Maakt discipelen van mensen uit alle natiën.” „Gij zult getuigen van mij [Jezus Christus] zijn . . . tot de verst verwijderde streek der aarde.” — Hebr. 13:15; Matth. 28:19; Hand. 1:8.

God liefhebben?

„Dit betekent de liefde tot God, dat wij zijn geboden onderhouden.” — 1 Joh. 5:3.

In God geloven?

„De dwaas heeft in zijn hart gezegd: ’Er is geen Jehovah.’” — Psalm 14:1.

Christus de losprijs?

„Er [is] in niemand anders redding [Christus]”. — Hand. 4:12.

Uw naaste liefhebben?

„’Gij moet uw naaste liefhebben als uzelf.’ De liefde berokkent de naaste geen kwaad.” „Alle dingen dan die gij wilt dat de mensen voor u doen, moet ook gij insgelijks voor hen doen.” — Rom. 13:9, 10; Matth. 7:12.

Liefde onder elkaar?

„Hieraan zullen allen weten dat gij mijn discipelen zijt, indien gij liefde onder elkaar hebt.” — Joh. 13:35.

Liefde voor de wereld?

„Weet gij niet dat de vriendschap met de wereld vijandschap met God is?” „Hebt de wereld niet lief noch de dingen in de wereld. Indien iemand de wereld liefheeft, is de liefde van de Vader niet in hem; want alles wat in de wereld is — de begeerte van het vlees en de begeerte der ogen en het opzichtige geuren met de middelen voor levensonderhoud die men heeft — spruit niet voort uit de Vader, maar uit de wereld. De wereld gaat bovendien voorbij en ook haar begeerte, maar wie de wil van God doet, blijft in eeuwigheid.” — Jak. 4:4; 1 Joh. 2:15-17.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen