U bent het grootste geschenk voor uw kind
EEN kleine jongen is helemaal opgewonden en wacht vol ongeduld tot het zaterdag wordt. Zijn vader gaat met hem naar de dierentuin! De hele week al heeft hij die dag in zijn geest beleefd — hij heeft de zeehonden door het water zien schieten, hij heeft pindanootjes in de slurf van de hoog boven hem uit torenende olifanten laten vallen, hij heeft al gehuiverd van spanning bij de gedachte aan het gebrul van de leeuwen als de oppasser ze komt voederen. Hij kan haast niet wachten!
De dagen lijken niet om te komen, maar eindelijk wordt het toch zaterdag. Dan zegt zijn vader tot hem: „Er is iets tussen gekomen. Ik heb geen tijd om naar de dierentuin te gaan.” En in een grote kamer vol duur speelgoed zit een kleine jongen, gebroken en in tranen omdat hij zich in de steek gelaten voelt.
Er gaan jaren voorbij. De jongen is opgegroeid, getrouwd, heeft zelf al een zoon. Hij gaat zijn zoon trakteren op een bezoek aan de dierentuin, maar wanneer de bewuste dag aanbreekt, zegt hij tot hem: „Er is iets tussen gekomen. Ik heb geen tijd om naar de dierentuin te gaan.” Terwijl hij het huis uitgaat, neemt hij zich voor een of ander stuk speelgoed voor zijn zoon te kopen, en vervolgens richt hij zijn geest geheel op de ernstiger zaken die nu aan de orde zijn.
Nog meer jaren verstrijken. Nu is hij oud geworden, hij woont alleen en voelt zich eenzaam. Maar vandaag komt zijn volwassen zoon op bezoek! Zijn ogen glanzen van verwachting. Dan gaat de telefoon, en zijn zoon vertelt hem: „Er is iets tussen gekomen. Ik heb geen tijd om u te komen opzoeken.” Langzaam legt de oude man de hoorn weer op de haak, en de heldere glans is verdwenen uit zijn ogen. Hij pakt een krant op en slaat die open, maar zijn ogen zijn vochtig en zien niets. Zijn gedachten gaan terug naar de jaren die achter hem liggen, en hij herinnert zich andere gelegenheden lang geleden, en uit het verleden hoort hij de woorden weerklinken: „Er is iets tussen gekomen. Ik heb geen tijd.”
Ouders moeten tijd maken voor hun kinderen. Materiële dingen schenken is niet voldoende. Speelgoed is fijn, maar het gaat ook weer kapot, of kinderen krijgen er genoeg van. Hoe meer zij krijgen, des te meer willen zij hebben, en zij ontwikkelen een materialistische kijk op het leven. Waar een kind werkelijk behoefte aan heeft, is liefde, en het beste bewijs van uw liefde is dat u zichzelf geeft.
In sommige landen ziet u op de achterbumpers van auto’s de vraag geplakt: „Hebt u vandaag uw kind al eens geknuffeld?” Een psychiater in Florida voegt eraan toe: „Een kind dat niet voldoende wordt aangehaald en geknuffeld, kan opgroeien tot een teruggetrokken, gereserveerd, eenzelvig mens. . . . Het lichamelijke contact tussen ouder en kind is zo’n essentiële factor in het grootbrengen van kinderen, dat in sommige gevallen kinderen die in hun eerste levensjaar niet werden aangehaald en geknuffeld, gewoon niet in leven bleven.”
Tijdens een cursus ten behoeve van het bedrijfsleven werd rapport uitgebracht over een ziekenhuiszaal die vol lag met baby’s die geen ouders meer hadden. In een lange rij bedjes waren altijd wel baby’s ziek en sommigen van hen stierven, behalve in het laatste bedje van die rij. Baby’s in dat bedje ging het altijd goed. De arts die over die zaal ging, kon het maar niet begrijpen. De verpleegsters besteedden dezelfde zorg aan alle baby’s. Allen werden ze gevoed, gebaad, warm gehouden — er was geen verschil in de verzorging. En toch hadden alle baby’s gezondheidsproblemen en stierven er sommigen — behalve de baby in het laatste bedje. Terwijl de maanden voorbijgingen en nieuwe baby’s op de zaal kwamen, was het steeds weer hetzelfde verhaal.
Nadat de arts alles had nagegaan waar hij maar aan kon denken, verborg hij zich ten slotte om de hele nacht te kunnen observeren wat er gebeurde. Er kwamen verpleegsters op de zaal, de baby’s werden op tijd gevoed, allemaal kregen ze dezelfde verzorging. Tegen middernacht kwam de schoonmaakster binnen. Op handen en knieën schrobde zij de vloer, van het ene einde van de zaal tot het andere. Aan het eind stond zij op, strekte zich en wreef over haar vermoeide rug, en liep naar het laatste bedje. Zij boog zich eroverheen, nam de baby op en liep ermee de zaal rond, terwijl zij ertegen sprak en het kindje streelde, het tegen zich aan hield en het in haar armen wiegde. Ten slotte legde zij het weer terug in zijn bedje en ging met haar werk verder.
Dit scheen de arts niet bijzonder betekenisvol te zijn; het toeval wilde nu eenmaal dat de vrouw bij dat bedje even stopte. Niettemin zat hij ook de volgende nacht op de uitkijk, en er gebeurde hetzelfde. De volgende nacht ook. En de volgende. Iedere nacht ging de werkvrouw op dezelfde plek even overeind staan, en iedere nacht was het de baby in het laatste bedje waartegen werd gepraat, die werd gestreeld en aangehaald, die liefde ondervond. En die baby groeide en bloeide.
Oorlogswezen die voor adoptie naar de Verenigde Staten werden overgebracht, leden aan vele verschillende kwalen, maar het meest leden zij door wat hun hartjes te kort waren gekomen. Het verslag hierover zegt:
De stille, veel te ernstige oorlogskinderen willen aanraken en vasthouden en zich vastklemmen. Zij vinden het heerlijk om vastgehouden te worden. Zij lijden aan het ’wezensyndroom’. . . . Zelfs sommige oudere kinderen werden als baby’s uit de bussen gedragen die hen dinsdag van de luchtmachtbasis Travis hierheen brachten. Zij staarden maar en sloegen hun dunne armpjes en beentjes om de vrijwilligers heen. ’Het is een behoorlijk diepgevoelde behoefte die niet bevredigd kan worden door zo’n kind even over zijn bolletje te strijken of op een knie te laten rijden’, zei Stalcup [de arts die de groep begeleidde]. ’Het is een feit dat kinderen ten einde te kunnen groeien, liefde nodig hebben, niet alleen maar voedsel en water.’”
En als zij in emotioneel opzicht niet groeien, kunnen het eenzelvige, vijandige mensen worden, wetsovertreders en mogelijk moordenaars, zelfs van hun eigen ouders. Geen speelgoed en geen cadeautjes krijgen heeft niet deze uitwerking, maar wanneer zij geen liefde ontvangen, kan dat wel een dergelijk gevolg hebben.
Dr. James Dobson schreef niet alleen over de noodzaak van liefde maar ook over de noodzaak van die zo controversiële activiteit, het toedienen van streng onderricht. Hij zei:
„Het is mijn stellige overtuiging dat de gezondste huiselijke omgeving voor kinderen daar gevonden wordt waar een zorgvuldig evenwicht bestaat tussen twee essentiële bestanddelen: liefde en toezicht. Elk kind dat een juiste mate van beide ontvangt, weet dat het mateloos wordt bemind en dat zijn ouders hem als menselijk wezen eindeloos kostbaar achten. Maar hij komt ook te weten dat hun liefde hen dwingt hem te onderwijzen en te sturen en te leiden — en hem misschien streng te onderrichten wanneer hij weigert te gehoorzamen. . . .
De gezichtspunten die ik hier naar voren heb gebracht, zijn niet experimenteel of speculatief, en ik kan ook niet eens beweren dat ik ze helemaal zelf heb bedacht. Ze vertegenwoordigen een benadering van het omgaan met kinderen, die binnen het judeo-christelijke erfgoed al 2000 jaar bestaat. Ze zijn niet gebaseerd op allerlei vreselijk diepzinnige theoretische veronderstellingen, maar veeleer op aan de praktijk ontleende gevolgtrekkingen. Zoals Jack London heeft gezegd: ’De beste maatstaf voor wat maar ook zou moeten zijn: werkt het?’ Als het juist wordt toegepast, werkt liefdevol volwassen leiderschap!”
Lang voordat Jack London deze stelregel formuleerde, had Jezus Christus hem reeds bekendgemaakt: ’De wijsheid vindt haar rechtvaardiging in haar werken’ (Matth. 11:19). Commentaar leverend op de moderne trend van sommige psychologen die zich er voorstanders van betonen dat ouders afstand doen van hun ouderlijke gezag en ten aanzien van hun kinderen de weg van de toegeeflijkheid bewandelen, besluit Dr. Dobson zijn artikel: „Ik hoop dat de Amerikanen niet hun rijke erfenis aan waarden zullen prijsgeven om te luisteren naar de lokstem van allerlei psychologische nonsens, vooral met betrekking tot onze kinderen.”
Als u terughoudend bent in het geven van uzelf, zal uw kind voelen dat het ongewenst is. Al het speelgoed in de wereld is geen vervanging voor een liefhebbende ouder, een ouder die behalve materiële voorzieningen en geschenken ook zichzelf geeft. In de geestelijke ontwikkeling van het kind neemt de gezinskring een essentiële plaats in. Dit feit werd in het Israël uit de oudheid heel goed begrepen. Het kind maakte werkelijk deel uit van het gezin. Hij werd thuis geschoold, hij leerde een vak door met zijn ouders mee te werken en zijn ontspanning vond hij met leeftijdgenootjes in de familie.
Tegenwoordig bestaat er in het huidige samenstel in vele delen van de wereld de neiging om de behoeften van het kind buiten het gezin te bevredigen. Hij wordt weggestuurd naar school, weggestuurd naar zondagsschool, weggestuurd naar een vakantiekamp, weggestuurd naar de bioscoop, weggestuurd om te gaan werken. Ook is het mogelijk dat de ouders uitgaan en dan wordt hij achtergelaten met een oppas. Buitengestoten buiten de kern van het gezin en de familie, en daar als het ware in een baan omheencirkelend, gaat hij, al is het maar onderbewust, het gevoel krijgen dat hij er niet echt bij hoort. Hij voelt zich verwaarloosd, ongewenst, onbemind, omringd door een vijandige grote-mensen-wereld.
Dergelijke kinderen worden begrijpelijkerwijs verbitterd en zij proberen hun frustratie af te reageren op de personen van wie zij naar hun mening niet die genegenheid hebben gekregen die hun toekomt, of op de maatschappij in het algemeen. Zij verliezen het respect voor hun ouders en vaak voor volwassenen in het algemeen. De generatiekloof opent zich en wordt wijder. De mogelijkheid bestaat dat zij van huis weglopen en ten slotte verzeild raken in de grote steden waar zij geconfronteerd worden met misdaad, drugs, prostitutie en andere problemen waar zij in de verste verte nog geen raad mee weten.
De sleutel voor de oplossing van het probleem is liefde binnen het gezin, van de geboorte van het kind af. Als alle volwassenen leefden volgens de beginselen die in de bijbel worden uiteengezet, zouden de problemen met kinderen aanmerkelijk verminderen.
Waar zouden al die slachtoffertjes van uiteengevallen gezinnen zijn, de kinderen wier ouders van elkaar zijn gegaan of zijn gescheiden, als in plaats daarvan alle echtparen de raad zouden opvolgen die de bijbel in 1 Korinthiërs 7:10, 11 vermeldt? — „Aan de gehuwden geef ik instructies . . . dat een vrouw niet van haar man dient weg te gaan . . . en een man dient zijn vrouw niet te verlaten.”
Waar zouden alle verwaarloosde en mishandelde kinderen van dronken vaders en moeders zijn als ouders de raad zouden opvolgen die de bijbel in Efeziërs 5:18 en Romeinen 13:13 geeft? — „Bedrinkt u ook niet aan wijn, waarin losbandigheid is.” „Laten wij betamelijk wandelen, . . . niet in brasserijen en drinkgelagen, niet in ongeoorloofde gemeenschap en losbandig gedrag, niet in twist en jaloezie.”
Waar zouden alle mishandelde, geslagen, afgeranselde kinderen zijn als ouders de raad zouden opvolgen die in Kolossenzen 3:21 en Titus 2:4 wordt gegeven? — „Gij vaders, tergt uw kinderen niet, zodat zij niet moedeloos worden.” „[Breng] de jonge vrouwen tot bezinning . . . hun man lief te hebben, hun kinderen lief te hebben.”
Waar zouden al die kinderen zijn die voelen dat volwassenen geen belangstelling voor hen hebben, als ouders de raad zouden opvolgen van Deuteronomium 11:19? — „Ook moet gij ze [goddelijke beginselen] uw zonen leren, door erover te spreken wanneer gij in uw huis zit en wanneer gij op de weg gaat en wanneer gij neerligt en wanneer gij opstaat.”
Kortom, waar zouden alle ongewenste en onbeminde kinderen zijn als ouders Jezus’ voorbeeld in Markus 10:14, 16 zouden navolgen? — „’Laat de jonge kinderen tot mij komen; tracht niet hen tegen te houden’ . . . Daarop nam hij de kinderen in zijn armen en zegende hen.”
Hoe zou de hele wereld er trouwens uitzien als ze de regel hadden opgevolgd die Christus Jezus in Matthéüs 7:12 heeft uiteengezet? — „Alle dingen dan die gij wilt dat de mensen voor u doen, moet ook gij insgelijks voor hen doen.”
Jehovah God bewees zijn liefde voor de mensheid: „God heeft de wereld zozeer liefgehad dat hij zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven, opdat een ieder die geloof oefent in hem, niet vernietigd zou worden, maar eeuwig leven zou hebben.” — Joh. 3:16.
Jezus bewees zijn liefde door zijn leven te geven: „De Zoon des mensen [is] niet gekomen . . . om gediend te worden, maar om te dienen en zijn ziel te geven als een losprijs in ruil voor velen.” — Matth. 20:28.
Toen de opgestane Jezus Christus naar de hemel opsteeg, gaf hij de christelijke gemeente „gaven in mensen”. — Ef. 4:8.
Jehovah God gaf zijn eniggeboren Zoon. Jezus gaf zichzelf. Hij gaf ook mannen als gaven om zijn gemeente te dienen. Bovendien, hoe druk Jezus het ook had, hoe belangrijk zijn zending ook was, hij besteedde altijd tijd aan kinderen.a Ouders, volg deze voorbeelden van geven na. Geef van uzelf aan uw kinderen. Geef uw liefde. Geef uw tijd. Wees voorzichtig, zeg niet te gauw: „Ik heb geen tijd.” Als u deze woorden zaait, zult u ze misschien ten slotte oogsten. Het is belangrijk tijd te maken.
Denk eraan: U bent zelf het kostbaarste geschenk voor uw kind!
[Voetnoten]
a Zie het artikel dat op bladzijde 27 begint.
[Inzet op blz. 4]
„De stille, veel te ernstige oorlogskinderen willen aanraken en vasthouden en zich vastklemmen.”
[Inzet op blz. 6]
„Wees voorzichtig, zeg niet te gauw: ’Ik heb geen tijd.’”