De zienswijze van de bijbel
Homoseksuelen en de christelijke gemeente
„EPISCOPALE commissie adviseert Kerk om homoseksuelen niet uit te sluiten van priesterschap.” Deze kop in de New York Times van 4 juni 1979 werd gevolgd door een verslag van een uit 12 leden bestaande nationale commissie van de Episcopale Kerk. De commissie deed een aanbeveling voor de ordinatie van homoseksuelen die „wegens de enorme maatschappelijke druk” niet willen dat hun geaardheid bekend wordt en anderen „die lang genoeg hebben geleden en zich niet langer willen verstoppen”. Het verslag vervolgde:
„De kwestie waar het bij elke kandidaat voor een kerkelijk ambt om draait is of hij of zij een leven kan en wil leiden dat een heilzaam voorbeeld aan de kudde van Christus stelt. Niets dient de ordinatie in de weg te staan van die homoseksuelen die hun levenswijze in overeenstemming kunnen en willen brengen met de vorm van gedrag die door de kerk als heilzaam wordt bestempeld. Sommige homoseksuelen kunnen hun levenswijze aan de voorschriften van de kerk onderwerpen en hebben dit gedaan, waarbij sommigen zelfs hun homoseksualiteit hebben toegegeven, terwijl anderen dit niet kunnen of niet willen.”
Enkele jaren geleden interviewde een presentatrice van een televisieshow een man in haar programma die een kerk voor homoseksuelen had gesticht. Zowel haar programmaforum als het publiek stelden zich zeer tolerant op bij de vraag of homoseksuelen goede christenen en dienaren van God zijn. De presentatrice van dit programma bleef zich hier echter op bijbelse gronden tegen verzetten. Zij ontving van een van de kijkers thuis de volgende brief die een schriftuurlijke ondersteuning voor haar standpunt verschafte:
„Ik heb veel waardering voor de wijze waarop u op 11 september de vrijdagavondpresentatie hebt geleid. Hoewel u door zowel forum als publiek aangevallen werd, hield u met betrekking tot homoseksualiteit voet bij stuk.
Het ontstellende omtrent Troy Perry is dat hij een kerk voor homoseksuelen sticht en dan beweert dat die Gods goedkeuring geniet. Hij trachtte dit tijdens uw programma te rechtvaardigen door Hebreeën 10:25 aan te halen waarin wordt gezegd dat wij het samenkomen niet moeten verzaken. Hij redeneerde dat hierbij ook homoseksuelen inbegrepen waren.
De Wet van Mozes stond een homoseksueel niet toe binnen de gemeente van God te vertoeven: ’Wanneer een man bij een manspersoon ligt, zoals bij een vrouw, hebben beiden een gruwel bedreven; zij zullen ter dood gebracht worden, hun bloed is op hen.’ — Leviticus 20:13, Revised Standard Version.
Het Nieuwe Testament herhaalde de veroordeling: ’God heeft hen aan onterende hartstochten overgegeven. Hun vrouwen hebben de natuurlijke betrekkingen verruild voor de tegennatuurlijke en insgelijks hebben de mannen de natuurlijke betrekkingen met vrouwen opgegeven en zijn door hartstocht voor elkaar verteerd, mannen die met mannen schaamteloze daden bedrijven en die in zichzelf de verdiende straf voor hun dwaling ontvangen.’ — Romeinen 1:26, 27.
Een kerk voor homoseksuelen is net zo iets als een kerk voor moordenaars, rovers, overspelers, enz. Zulke personen kunnen in Gods gunst komen maar dan moeten zij hun verkeerde praktijken laten varen: ’Weet gij niet dat de onrechtvaardigen het koninkrijk van God niet zullen beërven? Wordt niet misleid; noch immorele personen, noch afgodendienaars, noch overspelers, noch homoseksuelen, noch dieven, noch hebzuchtigen, noch dronkaards, noch beschimpers, noch rovers zullen het koninkrijk van God beërven. En sommigen van u zijn dat geweest. Maar gij zijt gewassen, gij zijt geheiligd, gij zijt gerechtvaardigd in de naam van de Heer Jezus Christus en in de geest van onze God.’ — 1 Korinthiërs 6:9-11, RSV.
In het aan deze aanhaling voorafgaande hoofdstuk wordt christenen gelast niet om te gaan met degenen die zich schuldig maken aan bovengenoemde vormen van immoraliteit, zelfs al noemen zij zichzelf christelijke broeders. Zij moesten uit de gemeente verwijderd worden. Dit lijkt er helemaal niet op dat wij met hen zouden moeten vergaderen. — 1 Korinthiërs 5:9-13.
Homoseksualiteit wordt ook sodomie genoemd en het woord sodomie is afgeleid van de stad Sodom, die door God werd vernietigd omdat er homoseksualiteit beoefend werd.
Het is tegenwoordig ’in’ om superruim van opvatting te zijn. June Lockhart beschuldigde u van moraliseren. Tegenwoordig is moraliseren taboe. Homoseksualiteit niet. Er zijn maar weinig dingen taboe. Maar één van die taboes is moraliseren. Wij hebben niets anders te verwachten. In een samenleving die zich in de stuiptrekkingen van een morele ineenstorting bevindt, moeten wij verwachten dat moraliseren zeer impopulair is. Wij moeten toegeeflijk staan tegenover alles en anders worden wij ervan beschuldigd hardvochtig en wreed te zijn en geen begrip te hebben. Maar iemand hoeft geen moord te begaan om te begrijpen wat moord is. Iemand kan medegevoel hebben met hen die een zwak voor homoseksualiteit bezitten zonder er zijn goedkeuring aan te hechten.
Doen waar je zin in hebt? Maar als je je nu eens aan God hebt opgedragen en de verplichting bent aangegaan te doen waar Hij zin in heeft? Wij hebben allemaal zwakheden waar wij weerstand aan moeten bieden en die wij trachten te overwinnen. De rechtvaardige valt zeven keer en staat weer op. Wij moeten blijven opstaan. Wij dienen datgene te doen wat het allermoeilijkste is — neen tegen onszelf zeggen.
Maar neen tegen onszelf zeggen is nog een modern taboe. Wij vermijden die onaangename taak door een nieuwe moraal aan te nemen. Die nieuwe moraal is echter niets anders dan de oude immoraliteit waarop een label met ’Goedgekeurd’ is geplakt.
Maar wij moeten niet God erbij halen en beweren dat hij het ook goedkeurt. Hij zou wel eens ziek en moe van ons kunnen worden zoals hij dat ook werd van mensen die vóór ons leefden. Maleachi 2:17 zegt hierover: ’Gij hebt de HEER met uw woorden vermoeid. Nochtans zegt gij: „Hoe hebben wij hem vermoeid?” Door te zeggen: „Iedereen die kwaad doet, is goed voor het aangezicht van de HEER en hij heeft behagen in hen.”’
Een toegeeflijke maatschappij mag dan de moderne filosofie toejuichen dat alles kan, maar God brengt een andere zienswijze tot uitdrukking, zoals opgetekend staat in Jesaja 5:20: ’Wee hun die kwaad goed noemen en goed kwaad, die duisternis tot licht stellen en licht tot duisternis, die het bittere tot zoet stellen en het zoete tot bitter!’
Virginia, ik geniet van uw programma en heb waardering voor uw durf.”
De presentatrice van de televisieshow beantwoordde deze brief als volgt: „Bedankt voor uw zeer leerzame brief. Ik ben het er volkomen mee eens en heb hem zeer op prijs gesteld.”