Een opleiding die tot succes bijdraagt
’DOOR diepe liefde voor Jehovah God te hebben en overtuigd te zijn van zijn liefde voor jou, kun je je weg succesvol maken.’ Hoe reageert u op zo’n verklaring?
Een gehoor van 1899 personen, op zondag 10 september 1978 bijeen in de congreshal van Jehovah’s Getuigen in Long Island City, New York, was het volledig eens met deze gedachte. Ze werd tot uitdrukking gebracht door W. L. Barry bij de graduatie-plechtigheid van de 29 studenten die de 65ste klas vormden van de Wachttoren-Bijbelschool Gilead. Deze studenten hadden een speciale vijf-maandse cursus voltooid om hen op zendingswerk in het buitenland voor te bereiden.
De spreker had jaren daarvoor zelf de Gileadschool doorlopen en had daarna vele jaren vreugdevol samengewerkt met zendelingen in Japan. Zijn aanmoediging om een toewijzing als zendeling te beschouwen als een uiting van Gods liefde werd daarom ondersteund door een rijke achtergrond van persoonlijke ervaring. Hij gaf blijk van werkelijkheidszin toen hij uiteenzette dat men in een vreemde toewijzing aan problemen het hoofd zou moeten bieden. Het zou nodig zijn om gewend te raken aan een ’nieuwe taal, nieuw voedsel, een nieuwe gang van zaken in het zendelingenhuis en zelfs nieuwe ziekten’. Toch kunnen zendelingen, door uit liefde voor hun Maker getrouw aan het werk te blijven, succesvol zijn, want zij hebben de hulp van hun Gileadopleiding en worden gesterkt door Gods Woord en door gebed.
De opzet van het opleidingsprogramma van de Gileadschool is om de studenten zowel in geestelijk als in praktisch opzicht behulpzaam te zijn. Terwijl hij hier de aandacht op vestigde, wees Don Adams op het speciale praktische onderricht dat ze hadden gekregen over het doen van de was en het bereiden van maaltijden in een zendelingenhuis. Men hoopt dat dit nieuwe onderdeel van het leerplan ertoe zal bijdragen de zendingsdienst prettiger te maken voor alle betrokkenen. Natuurlijk is deze praktische opleiding minder belangrijk dan de opleiding die Gilead-studenten toerust om betere onderwijzers van bijbelse waarheden te worden. En, zoals Don Adams uiteenzette, een juiste instelling bepaalt of een zendeling gelukkig zal zijn. Belangstelling voor het geestelijke welzijn van mensen en persoonlijke tevredenheid zouden in belangrijke mate meespelen om van hen zendelingen te maken die getrouw aan het werk zouden blijven.
Een andere spreker, M. S. Allen, uitte gedachten die nuttig waren om zich een juist beeld te vormen van wat succes is. Hij gebruikte als thema de volgende vraag die Jezus Christus aan Johannes en Andreas stelde: „Wat zoekt gij?” (Joh. 1:38) Malcolm Allen merkte op dat het motief voor wat we doen erg belangrijk is. Voor een succesvolle christelijke zendeling mag erkenning, de wens om op te vallen als beter dan anderen of het verlangen tot een kleine groep van bevoorrechten gerekend te worden, niet het motief zijn. Een zendeling kan voordeel trekken van het voorbeeld van Andreas, die bereid was een minder belangrijke plaats in te nemen en die anderen, met inbegrip van zijn broer Petrus, aan de Messías voorstelde. Als iemand dus vreugde kan vinden in het nederig dienen van God door medemensen bekend te maken met Jezus Christus, kan hij een goede zendeling zijn.
In een aantal landen waarheen de afgestudeerden gezonden zouden worden, zijn veel mensen analfabeet. Daarom moedigde Richard Wheelock ertoe aan de illustraties in een pas gepubliceerd boek te gebruiken. Zo zouden de nieuwe zendelingen, na de plaatselijke taal geleerd te hebben, met succes zelfs een analfabetische bevolking met de bijbelse boodschap kunnen bereiken.
K. A. Adams, een van de leraren, waarschuwde ertegen om mensen vanuit een menselijk standpunt te bezien, want Jezus Christus zei: „Oordeelt niet langer naar het uiterlijke aanzien” (Joh. 7:24). In een bepaald gebied kan een gunstige reactie lang op zich laten wachten, maar God ziet misschien iets in mensen wat wij niet zien. Jehovah’s Getuigen zagen bijvoorbeeld na vele jaren van werk in Italië en Spanje, weinig vooruitgang. Gedurende de laatste paar jaar is er echter een enorme groei geweest. Dit vormde voor nieuwe zendelingen een goede aanmoediging om in hun toewijzing te blijven.
Zo belichtte U. V. Glass, het hoofd van de school, de belangrijkheid van geduld. Wanneer een zendeling in zijn buitenlandse toewijzing aankomt, is hij als een plant die verpoot wordt en misschien een terugslag ondervindt. Maar door daar te blijven en geduldig te zijn, zal hij uiteindelijk toch zegeningen ervaren.
De president van de school, F. W. Franz, legde zeer veel nadruk op de persoonlijke krachtsinspanningen die de afgestudeerden in het werk zouden moeten stellen om de goddelijke goedkeuring te behouden. Met dit doel gebruikte hij de woorden van Jezus Christus: „Schenkt aandacht aan hetgeen gij hoort. Met de maat waarmee gij meet, zal men u meten, ja, er zal voor u nog meer aan worden toegevoegd” (Mark. 4:24). Daarom zal de mate van onverdeelde aandacht en diep respect die iemand toont voor de Meester, Jezus Christus, bepalend zijn voor de mate waarin hij geestelijk groeit. De persoon moet eveneens op zijn omgang letten zodat niets zijn vooruitgang als christen in de weg zal staan. Daarom werden de studenten krachtig gewaarschuwd tegen omgang met personen die hen met wereldsgezindheid zouden kunnen besmetten.
Het programma dat later door de afgestudeerden werd gepresenteerd, belichtte eveneens dingen die onontbeerlijk zijn voor succes. Dit gold vooral voor de twee bijbelse drama’s. Het eerste drama onthulde onder andere de belangrijkheid van geloof in en gehoorzaamheid aan Gods leiding, wil iemand delen in de zegeningen die zullen voortvloeien uit de vervulling van goddelijke beloften. Het tweede drama handelde over gebeurtenissen tijdens de regering van koning Josafat en beklemtoonde dat zijn succes afhing van volledig vertrouwen op Jehovah God.
Waarlijk, de graduatie van Gileads 65ste klas vormde een weerspiegeling van het feit dat het voornaamste doel van de school is de studenten te helpen het zendingswerk tot een succes te maken. Tegelijkertijd diende het gehele programma om alle aanwezigen ertoe aan te moedigen naar Jehovah op te zien voor hulp bij het succesvol maken van hun weg.