„Voor niets wordt het net uitgespreid”
ALS ONDERDEEL van een waarschuwing ons niet in te laten met wetteloze personen, verklaart Spreuken 1:17: „Voor niets wordt het net uitgespreid voor de ogen van al wat vleugels bezit.” Vogels zijn van nature erg voorzichtig en bezitten een bijzonder scherp gezichtsvermogen. Wanneer iemand derhalve in het volle gezicht van een vogel een net zou uitspreiden, zou hij de hoop om die vogel te vangen, wel kunnen laten varen. Zijn pogingen zouden tevergeefs zijn. Hetzelfde is het geval met degenen die van diefstal en roof leven. Ze schieten er totaal niets mee op. Ze leggen alleen maar een strik voor zichzelf, en al hun plannen zullen uiteindelijk op niets uitlopen. — Spr. 1:19.