Intelligent ontwerp of toeval?
VERTONEN de levensvormen om ons heen een intelligent ontwerp of is alles een gevolg van louter toeval? De gedachten over deze vraag kunnen in twee richtingen gaan.
De voorstanders van de theorie dat het leven is ontstaan door toeval, of de werking van ’blinde krachten’, geloven dat het bestaan van leven te danken is aan de toevallige combinatie van een ontelbaar aantal gebeurtenissen. Dit zou betekenen dat onder precies de juiste temperatuur, vochtigheid en andere toevallige omstandigheden die alle de vereiste tijdsduur zo gehandhaafd zouden zijn gebleven, zich toevallig precies de juiste chemische stoffen zouden hebben gevormd in de goede hoeveelheden. Bovendien zouden zulke toevallige gebeurtenissen een tijdlang hebben moeten voortduren, of zich eindeloos hebben moeten herhalen om het leven op aarde te beginnen en te bestendigen.
Zij die in doelbewust ontwerp geloven, zijn van mening dat er een intelligent doel in het leven schuilt. Elke levensvorm is een belangrijke eenheid in het geheel, en tussen al deze vormen bestaat een onderlinge afhankelijkheid. De variatie in levensvormen, de instincten die ze blijken te bezitten en de middelen waarmee dieren zijn toegerust voor enerzijds de jacht op hun voedsel en anderzijds de overleving van hun soort, spreiden een intelligentie ten toon die niet de hunne is — die in feite zelfs alles te boven gaat wat de met verstand toegeruste mens kan bedenken of ontwerpen.
Degenen die geloven dat het leven door een toevallige samenloop van omstandigheden tot bestaan is gekomen, erkennen dat de kans op zo’n toevallige gebeurtenis onnoemlijk klein is. Maar, zo zeggen zij, elke combinatie is mogelijk als er maar voldoende tijd voor gelaten wordt.
Het is met deze „toevals”-theorie echter moeilijk te verklaren waarom er thans geen overvloed aan toevallige veranderingen wordt waargenomen. Een geleerde gaat bij zijn onderzoek stap voor stap verder en baseert zich daarbij op zijn eigen voorafgaande experimenten of onderzoeksresultaten van andere geleerden. Hij gaat ook te werk volgens hetgeen hij weet van de wetten die de natuur beheersen. Zo zal hij bijvoorbeeld niet geloven dat de gisteren aangetoonde reacties van bepaalde chemische stoffen vandaag onder dezelfde omstandigheden anders zullen verlopen. Hij heeft dus geloof in wat hij de wetten van de scheikunde noemt. Dit geloof is in tegenspraak met de theorie van het toeval of de werking van ’blinde krachten’.
Bij de levensvormen op aarde, zowel planten als dieren, ziet men een verbazingwekkende ingewikkeldheid. En toch bieden de voorzieningen voor voortzetting van het leven — de grote verscheidenheid aan methoden, alle vernuftig en volkomen doelmatig — redenen voor nog grotere verbazing.
Maar waarom aandacht schenken aan deze vraag of het leven is ontstaan door intelligent ontwerp of toeval? Waarom is iedereen het aan zichzelf verplicht de feiten omtrent deze vraag te onderzoeken? Omdat ons levenspatroon en onze verhouding tot onze medemens in belangrijke mate bepaald wordt door onze kijk op de bron van het leven. Daarom is het goed geen definitief standpunt inzake deze kwestie in te nemen alvorens op zijn minst een klein deel van de grote hoeveelheid feitenmateriaal zorgvuldig te hebben afgewogen. Alleen dan kan men achter de waarheid beginnen te komen, het enige wat een logisch denkend mens bevredigt. In de volgende twee artikelen zal iets van het feitenmateriaal uit de natuur worden weergegeven en de lezer kan daaruit op grond van zijn eigen redenatie een conclusie trekken.