Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g77 22/12 blz. 27-29
  • Waarom neemt God mensen in de hemel op?

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Waarom neemt God mensen in de hemel op?
  • Ontwaakt! 1977
  • Vergelijkbare artikelen
  • Wie gaan er naar de hemel, en waarom?
    U kunt voor eeuwig in een paradijs op aarde leven
  • Wat is de hemel voor een plaats?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 2010
  • Wie gaan naar de hemel en waarom?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1969
  • Gaan alle gelovige christenen naar de hemel?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 2011
Meer weergeven
Ontwaakt! 1977
g77 22/12 blz. 27-29

Wat is de zienswijze van de bijbel?

Waarom neemt God mensen in de hemel op?

„WAT is uw hoop voor de toekomst, na dit huidige leven?” De meeste mensen zullen hier waarschijnlijk op antwoorden dat zij naar de hemel hopen te gaan.

De World Book Encyclopedia, uitgave van 1973 legt uit: „De meeste religies leren dat de engelen in de hemel zijn en dat de zielen van de goede mensen daar na de dood heen gaan.”

In een verder commentaar voegt deze encyclopedie hieraan toe: „Bijna alle volkeren hebben gedroomd van een hemel waar alles volmaakt zou zijn. De manier waarop mensen zich de hemel voorstellen, schijnt af te hangen van hun eigen leven en denkwijze. De Eskimo’s geloven dat de hemel zich in het warme binnenste van de aarde bevindt. Volkeren in de woestijn stellen zich de hemel voor als een aangename oase met een overvloed aan water.”

De Amerikaanse Indianen spraken over hun „gelukkige jachtvelden”. Mohammed, de stichter van de islam, onderwees dat er een aantal hemelen zijn, en dat de eerste mens, Adam, zich in de laagste ervan bevindt. Maar waarschijnlijk baseren de meeste mensen hun hoop op hemels leven op de onderwijzingen van Jezus Christus.

En daarbij denkt men vooral aan de volgende woorden van Jezus: „In het huis van mijn Vader zijn vele woningen. Anders zou ik het u hebben gezegd, want ik ga heen om een plaats voor u te bereiden. En wanneer ik heen ga en een plaats voor u bereid, zo kom ik terug en zal u thuis bij mij ontvangen, opdat ook gij moogt zijn waar ik ben.” — Joh. 14:2, 3.

Wat een vertroostende verzekering vormt dit, dat Jezus zijn volgelingen bij hem in de hemel zal opnemen! De sterke overtuiging die de vroege christenen bezaten ten aanzien van het hemelse leven waarin zij zich zouden verheugen, blijkt wel uit wat een apostel van Jezus schreef: „Wat ons betreft, ons burgerschap bestaat in de hemelen, uit welke plaats wij ook vurig een redder verwachten, de Heer Jezus Christus.” — Fil. 3:20, 21; 2 Kor. 5:1, 2.

Maar waarom worden deze christenen in de hemel opgenomen? Welk doel heeft de Vader, Jehovah God, ermee om mensen in de hemel op te nemen? Er bestaan hierover verschillende opvattingen. In juni 1972 werden twee jongens, van vijftien en zeventien jaar, door een elektrische stroom gedood toen zij een zwembad aan het schoonmaken waren. De parochiepriester zei op hun begrafenis:

„Dit is de manier waarop God Zijn heerlijkheid, Zijn macht wil tonen. Hij is de eigenaar van deze wereld en van deze levens. Hij kan ze nemen wanneer Hij wil. Ons geloof weet dit. De wereld is een tuin en wij zijn de bloemen erin. Precies zoals wij dat ook zouden doen, zocht God het beste, het mooiste.

Hij besteedde er 15 en 17 jaar aan om te ontdekken welke bloemen Hij zou plukken. Hij vond een hoek van de tuin waar de twee mooiste bloemen bloeiden en Hij nam ze tot Zich. Hij is niet onrechtvaardig. Dat is de manier waarop Hij Zijn liefde toont.” — The Desert Sun, Palm Springs, Calif., 15 juli 1972.

Zo denken vooraanstaande religieuze leiders in de christenheid erover. De rooms-katholieke kardinaal R. Cushing legde uit waarom de jonge aantrekkelijke Margaret Cadigan in december 1962 door de hand van haar broer stierf. „Ik denk dat zij het antwoord, het enige antwoord, ontving dat zij van God de Almachtige kon krijgen”, zei Cushing. En wat was dat antwoord? „Omdat ik je liefheb en je thuis wil hebben.”

Maar is dat de reden waarom Thomas Cadigan zijn zuster wurgde — omdat God haar in de hemel bij Hem wilde hebben? Beschouw waar een dergelijk geloof toe leidt. Toen bijvoorbeeld een jonge vrouw die reeds twee doodgeboren kinderen ter wereld had gebracht, informeerde naar de mogelijkheid een bepaalde methode van geboortenbeperking toe te passen, zei de priester: „Het is beter kinderen te krijgen, zelfs als ze doodgaan, omdat er op die manier meer zielen in de hemel komen.” — Parade, 25 okt. 1964.

Is het Gods voornemen om de hemel met mensen te bevolken, en daar alle goede mensen op te nemen? Neemt hij zelfs kinderen van hun ouders weg om bij hem in de hemel te zijn?

Nadenkende personen stellen er belang in een gezaghebbend antwoord op die vraag te krijgen.

De Schrift maakt duidelijk dat God de mensheid een gelukkig aards tehuis gaf als begin en dat het zijn voornemen was dat zij zich daarin zouden verheugen. Er is geen aanwijzing in de bijbel te vinden dat God ooit het eerste menselijke paar, Adam en Eva, beloofde dat zij naar de hemel overgebracht zouden worden om engelen te worden als zij op aarde een tijdlang aan God getrouw bleven. In feite zijn in geen van de geïnspireerde boeken van Genesis tot Maleachi beloften te lezen die de mens de hemel in het vooruitzicht stelden; en er ging ook geen mens naar de hemel.

Jezus Christus bevestigt dit. Hij zei: „Geen mens [is] tot in de hemel opgestegen, dan hij die uit de hemel is neergedaald, de Zoon des mensen” (Joh. 3:13). Jezus’ apostel Petrus zei dan ook met betrekking tot de getrouwe dienstknecht van God, David, dat hij „zowel overleden als begraven is, en zijn graf is bij ons tot op deze dag. David immers is niet naar de hemelen opgestegen”. — Hand. 2:29, 34.

Degenen die leefden voordat Jezus stierf, werd geen hemelse hoop voor ogen gesteld. Daarom zei Jezus: „Onder hen die uit vrouwen geboren zijn, is er geen grotere verwekt dan Johannes de Doper; maar wie een mindere is in het koninkrijk der hemelen, is groter dan hij” (Matth. 11:11). Maar als getrouwe dienstknechten van God vóór Christus’ komst naar de aarde geen hemelse hoop in het vooruitzicht werd gesteld, waarom beloofde God dan wel bepaalde christenen in de hemel op te zullen nemen? De reden hiervoor hangt samen met Gods oorspronkelijke voornemen om een wereldomvattend paradijs te hebben dat bevolkt is met gelukkige, gezonde mensen.

Om dit oorspronkelijke voornemen uit te voeren, introduceerde God iets nieuws — een nieuwe regering om over de aarde te regeren. God wees zijn Zoon, Jezus Christus, aan om de koning te zijn van deze regering, die in de bijbel het „koninkrijk Gods” of „het koninkrijk der hemelen” wordt genoemd (Luk. 8:1; Matth. 4:17). En sinds de dagen van Johannes de Doper, door wie Jezus gedoopt werd, heeft God uit de mensheid personen uitgezocht om met zijn Zoon mederegeerders in die hemelse regering te zijn. De bijbel zegt: „Zij zullen als koningen over de aarde regeren” (Openb. 5:9, 10). Eén toekomstige regeerder, de apostel Paulus, schreef aan Timótheüs, een man die dezelfde hoop had: „Indien wij blijven verduren, zullen wij ook te zamen als koningen regeren.” — 2 Tim. 2:12; Luk. 22:28-30.

Dus de reden waarom God mensen in de hemel opneemt is een hemelse regering te vormen om deze aarde te besturen. Het is niet om de hemel te bevolken, om kinderen — „mooie bloemen” — voor zichzelf uit te zoeken. Neen, want degenen die God voor hemels leven uitkiest, zijn beproefde en getoetste personen die ervoor in aanmerking komen om met Christus mederegeerders te zijn (Openb. 20:6; 2:10). Slechts een beperkt aantal mensen zal in de hemel worden opgenomen om deze hemelse regering te vormen en de bijbel onthult hun aantal als zijnde „honderd vierenveertig duizend”. — Openb. 14:1, 3.

Hoe groots zal het in de toekomst zijn wanneer Christus en de 144.000 die met hem in het koninkrijk verbonden zijn, de aarde zullen regeren! Tot hun aardse onderdanen zullen miljarden behoren die uit de dood zijn opgewekt, onder wie getrouwe mannen uit voorchristelijke tijden zoals David en Johannes de Doper. Dan zal, volgens de bijbelse belofte, „de dood . . . niet meer zijn, noch rouw, noch geschreeuw, noch pijn zal er meer zijn. De vroegere dingen zijn voorbijgegaan”. — Openb. 21:4; Joh. 5:28, 29.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen