Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g77 22/9 blz. 15
  • Een opmerkelijk herstel

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Een opmerkelijk herstel
  • Ontwaakt! 1977
  • Vergelijkbare artikelen
  • Respect voor de heiligheid van bloed
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1961
  • Tovenaars noch goden
    Ontwaakt! 1994
  • Is het juist om bloed te eten?
    Ontwaakt! 1973
  • Bewaring door gehoorzaamheid aan Gods wet betreffende bloed
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1961
Meer weergeven
Ontwaakt! 1977
g77 22/9 blz. 15

Een opmerkelijk herstel

VERONDERSTEL dat uw werkgever naar u toekwam om te zeggen dat uw zoon van negentien jaar een verkeersongeluk heeft gehad. Wat zou er dan door uw geest gaan? Deze ervaring overkwam mij hier in België.

Na aankomst bij het ziekenhuis vernamen mijn vrouw en ik hoe kritiek de situatie was. De chirurg vertelde ons: „Uw zoon heeft niet alleen een schedelbreuk en een ernstige hersenschudding, maar ook gebroken ribben, en die hebben de longen doorboord, zodat er veel bloedverlies is opgetreden. Zijn bloed ziet eruit als gekleurd water. Zonder bloedtransfusie heeft hij nog maar een paar uur te leven.”

Tot dan toe hadden de artsen ervan afgezien hem bloed te geven, omdat zij de twee geschreven verklaringen hadden gerespecteerd die zij tussen de identiteitspapieren van mijn zoon hadden gevonden, waarin hij had verzocht hem onder geen enkele omstandigheid bloed toe te dienen. Ze hadden op onze komst gewacht om alsnog toestemming voor de toediening te krijgen, en hadden alles reeds daarvoor in gereedheid gebracht.

Dat was voor ons beiden een buitengewoon spannend moment. We gingen tot Jehovah in gebed en ervoeren dat hij een God is „die gemakkelijk te vinden is in benauwdheden”. — Ps. 46:1.

Diep in ons hart waren we dankbaar dat de artsen respect hadden getoond voor ons standpunt met betrekking tot de heiligheid van bloed, en we bedankten hen daarvoor. Tevens bedankten we hen voor de goede behandeling die zij onze zoon reeds hadden gegeven. Wij vroegen hun alles te blijven doen wat in hun vermogen lag om de wens van onze zoon met betrekking tot bloed te respecteren. Ervan overtuigd dat de hoge bijbelse beginselen omtrent de heiligheid van bloed van onze liefdevolle Maker, de Schepper Jehovah God, afkomstig zijn, legden wij de doktoren uit hoe graag wij alle drie Gods goedkeuring wensten te ontvangen en zijn wetten wilden gehoorzamen. Wij wisten dat we er nooit spijt van zouden krijgen een getrouw standpunt voor Jehovah te hebben ingenomen. — Hand. 15:28, 29; 21:25.

Na het vertrek te zijn binnengetreden waar onze zoon na de operatie lag, viel het ons onmiddellijk op hoe goed er voor hem gezorgd werd. Maar hij was nog steeds buiten bewustzijn. Aangezien de chirurg ons had verteld dat het best mogelijk was dat hij zo nu en dan iets zou horen, liep ik op hem toe en slaagde erin te zeggen: „Freddy, je gaat nu lekker slapen en je hoeft je geen zorgen te maken. Alles komt in orde.”

De volgende dag viel er om zes uur ’s avonds een sterke daling waar te nemen in de polsslag van onze zoon. Dat was een teken dat zijn levenskracht bezig was af te nemen. Een verpleegster was constant aan zijn zijde, verzorgde hem en lette op elk klein tekentje dat ons hoop zou kunnen geven. Om acht uur ’s avonds opende de verpleegster de deur van zijn kamer en zei ons dat het bloedverlies nu een tijdlang stabiel was gebleven. En dat gaf ons nieuwe hoop op zijn herstel.

Stelt u zich onze vreugde voor toen tijdens de middag van de derde dag na het ongeval onze zoon in staat was een paar woorden te zeggen. Hij voelde zich alsof hij wakker werd na een droom en was zich de gehele periode van niets bewust geweest. Ook had hij helemaal geen pijn gevoeld. Vanaf dat moment voltrok het herstel zich snel.

Achtentwintig dagen na het ongeluk mocht Freddy, tot verbazing van velen, het ziekenhuis verlaten. Eén arts merkte op: „Wat geweldig een dode weer tot leven te zien komen.” En een ander zei: „Mijn petje af voor hun standpunt.”

Daarna liepen wij te zamen met Freddy dezelfde trap af die we die ochtend van het ongeval waren beklommen — ons meer dan ooit bewust van de brede kloof tussen leven en dood, tussen vreugde en vrees, tussen angst en vrede. Dank zij onze vastbeslotenheid Gods wetten te blijven gehoorzamen, gingen we als overwinnaars de trappen af.

Tijdens die moeilijke dagen waren we ook onder de indruk gekomen van de diepe bezorgdheid van onze broeders en zusters in het geloof. Zij wisten werkelijk hoe zij ons moesten troosten. Zelfs personen die we anders nooit zagen, kwamen ons vragen hoe het met onze zoon ging. Ook de artsen waren een grote bron van aanmoediging, vooral vanwege hun respect voor ons christelijk geweten.

Maar onze bijzondere dank gaat toch uit naar Jehovah God, die ons als verhoring op onze gebeden zo krachtig met zijn geest heeft gesterkt. Nooit heeft hij ons in die moeilijke tijd in de steek gelaten. En vreugdevoller dan ooit gaan wij drieën naar onze naasten toe om hun te tonen dat God spoedig een eind aan alle droefheid zal maken, want: „Hij zal elke traan uit hun ogen wegwissen, en de dood zal niet meer zijn, noch rouw, noch geschreeuw, noch pijn zal er meer zijn. De vroegere dingen zijn voorbijgegaan” (Openb. 21:4). — Ingezonden.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen