Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g76 22/7 blz. 27-29
  • Had Jezus broers en zusters?

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Had Jezus broers en zusters?
  • Ontwaakt! 1976
  • Vergelijkbare artikelen
  • Wat Maria’s voorbeeld ons kan leren
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 2009
  • Zij werd door Jehovah hooglijk begunstigd
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1994
  • Uit wat voor gezin kwam Jezus?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 2003
  • De maagd Maria: Wat zegt de Bijbel over haar?
    Vragen over de Bijbel
Meer weergeven
Ontwaakt! 1976
g76 22/7 blz. 27-29

Wat is de zienswijze van de bijbel?

Had Jezus broers en zusters?

EEN van de waarheden die duidelijk in de christelijke Griekse Geschriften naar voren komen, is dat Jezus Christus, toen hij op aarde wandelde, de Zoon van God was. Dit beleed hij ook zelf tegenover zijn vijanden (Joh. 10:36). Hij stemde ook volledig in met Petrus’ belijdenis: „Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God.” — Matth. 16:16, 17.

Bovendien blijkt uit die Geschriften heel duidelijk dat Jezus uit een maagd, Maria, werd geboren. De apostel Matthéüs schrijft bijvoorbeeld dat voordat Jozef en Maria in het huwelijk betrekkingen met elkaar hadden gehad, Maria ’zwanger bleek te zijn door heilige geest’. Dit, aldus Matthéüs, ter vervulling van de profetie: „De maagd zal zwanger worden en een zoon baren.” Van hetzelfde belang is het getuigenis van Lukas, dat de engel Gabriël aan de maagd Maria verscheen en haar zei dat zij door de macht van de heilige geest zwanger zou worden en een zoon zou baren. — Matth. 1:18-23; Luk. 1:30-35.

Er was een dwingende reden waarom Jezus uit een maagd geboren moest worden. Was zijn moeder namelijk getrouwd geweest en had zij reeds met Jozef gemeenschap gehad voordat ze door de heilige geest was bevrucht, dan zou terecht de vraag zijn gerezen wiens zoon Jezus nu in feite was — van God of van Jozef. Bovendien was het alleen maar passend dat God een maagd gebruikte om zijn Zoon voort te brengen, wanneer ook de hogepriester in Israël alleen maar met een maagd mocht huwen.

Was het voor Maria echter nodig na de geboorte van Jezus maagd te blijven, en bleef ze dat? Met andere woorden, was Jezus haar enige zoon of kreeg zij nog andere kinderen bij Jozef? Had Jezus broers en zusters — of, strikt gesproken, halfbroers en halfzusters? De Schrift geeft geen enkele reden waarom Maria maagd zou hebben moeten blijven. De geboorte van andere kinderen zou op Jezus van geen enkele invloed meer zijn geweest. Maar heeft ze nu wel of geen andere kinderen gebaard?

Nee, zeggen rooms-katholieke theologen, Maria heeft geen andere kinderen meer gehad. In een voetnoot bij Markus 6:1-6 verklaart de New American Bible: „De vraag over de broers en zusters (vs. 3) kan op taalkundige gronden niet makkelijk worden beslist. . . . De vraag naar de betekenis zou niet zijn gerezen, ware het niet dat de kerk gelooft in de eeuwige maagdelijkheid van Maria.” — Wij cursiveerden.

Het is echter heel moeilijk om in de Schrift enige steun te vinden voor Maria’s „eeuwige maagdelijkheid”. Matthéüs vertelt bijvoorbeeld dat Jozef „geen gemeenschap met haar [had], totdat zij een zoon ter wereld bracht; en hij noemde Hem Jezus”. Hoewel hier niet uitdrukkelijk wordt vermeld dat zij betrekkingen met Jozef had nadat Jezus was geboren, ligt dit toch wel in de woorden van Matthéüs opgesloten. Hetzelfde kan worden gezegd met betrekking tot Lukas’ woorden: „Zij bracht haar zoon ter wereld, haar eerstgeborene.” — Matth. 1:25; Luk. 2:7, Willibrordvertaling.

Dat zij behalve Jezus nog andere kinderen had, valt ook duidelijk op te maken uit de vraag die Jezus’ stadsgenoten stelden, mensen die goed bekend waren met zijn familie: „’Waar heeft Hij dat vandaan? En wat is dat voor Wijsheid die Hem geschonken is? . . . Is dat niet de timmerman, de zoon van Maria en de broeder van Jakobus en Jozef en Judas en Simon? En wonen zijn zusters niet hier bij ons?” — Mark. 6:2, 3, Willibrordvertaling.

Dat Jezus natuurlijke (half)broers had, valt ook op te maken uit het feit dat hem bij één gelegenheid werd gezegd: „Uw moeder en broeders staan daar buiten en willen U spreken.” Wij lezen verder: „Ook zijn broeders immers geloofden niet in Hem.” — Matth. 12:47; Joh. 7:5, WB.

Bovendien lezen wij dat er na Jezus’ dood en opstanding onder de aanwezigen in de bovenzaal te Jeruzalem behalve de elf apostelen ook anderen aanwezig waren, onder wie „Maria, de moeder van Jezus, en . . . zijn broers”. Dit maakt het ook erg waarschijnlijk dat zij aanwezig waren toen Gods heilige geest op de honderdtwintig discipelen werd uitgestort (Hand. 1:13-15; 2:1-4, WB). En jaren later spreekt ook Paulus over „de broeders des Heren”. — 1 Kor. 9:5.

Dat Maria nog andere kinderen had, lijkt ook te kunnen worden opgemaakt uit het incident dat plaatsvond toen Jezus twaalf jaar oud was en Jozef zijn gezin meenam voor het feest te Jeruzalem. Op de terugweg hadden zij een hele dag gereisd voordat het Maria opviel dat Jezus niet bij hen was. Was Jezus haar enige kind geweest (dat bovendien nog op wonderbaarlijke wijze was ontvangen), zouden we ons dan kunnen voorstellen dat haar moederlijke gevoelens zo sluimerend waren geweest dat ze zonder hem was weggegaan en hem zelfs een hele dag niet gemist zou hebben? Indien ze echter tegen die tijd van Jozef al zes of meer kinderen had, dan kunnen we ons voorstellen dat ze zo in de weer is geweest dat ze Jezus een hele dag niet gemist heeft. — Luk. 2:41-50.

Natuurlijk zou men nog de vraag kunnen stellen waarom Jezus zijn moeder aan zijn apostel Johannes toevertrouwde indien Maria nog andere kinderen had. Een van de redenen hiervoor kan zijn dat zijn andere broers er niet bij zijn geweest toen hij aan het hout hing, aangezien zij kennelijk nog geen gelovigen waren geworden. Bovendien was Johannes de naaste van zijn discipelen, en had hij met hem een geestelijke verwantschap die boven elke natuurlijke band uitging. — Joh. 19:26, 27.

Als tegenwerping tegen al deze getuigenissen, verklaren katholieke theologen: „Grieks-sprekende Semieten gebruikten de termen adelphos en adelphè niet alleen in de gewone zin [als duidend op „broers” en „zusters”], maar ook voor neef, nicht, halfbroer en halfzuster.” Dit argument werd het eerst aangevoerd door Hiëronymus, een vroege katholieke Kerk-„vader” en gaat niet verder terug dan 383 G.T. Hij voerde voor deze stelling echter geen enkele overlevering of schriftuurlijk bewijs aan. Het is zelfs zo dat hij in zijn latere geschriften uiting gaf aan bange vermoedens ten aanzien van de deugdelijkheid van zijn theorie. — St. Pauls Epistle to the Galatians, Lightfoot.

Zou het namelijk om anderen dan zijn broers en zusters zijn gegaan, dan zouden de bijbelse personages en bijbelschrijvers het Griekse woord voor „verwanten” hebben gebezigd, suggenon. Zo zei Jezus: „Een profeet wordt overal geëerd behalve in zijn eigen gebied en onder zijn bloedverwanten en in zijn eigen huis.” Hier maakt Jezus duidelijk een onderscheid tussen „bloedverwanten” en leden van het eigen huis. — Mark. 6:4.

Jezus maakte dit zelfde onderscheid toen hij zei: „Wanneer gij een middag- of avondmaal aanrecht, roep dan niet uw vrienden of uw broers of uw bloedverwanten en ook geen rijke buren.” — Luk. 14:12; 21:16.

Waarom heeft de katholieke Kerk de kwestie van Maria’s eeuwige maagdelijkheid tot een leer van de Kerk gemaakt, hoewel de overlevering of de Schrift daar geen enkele ondersteuning voor geven? Ongetwijfeld vanwege de heiligheid die aan de maagdelijke staat wordt toegekend. Maar volgens de bijbel is maagdelijkheid alleen een deugd voor ongehuwde personen. De apostel Paulus zegt gehuwde personen dat zij elkaar niet van de huwelijksplicht mogen beroven, hetgeen Maria zou hebben gedaan indien ze na de geboorte van Jezus een maagd was gebleven. — 1 Kor. 7:3-5.

Ja, wij onteren Maria niet wanneer wij aanvaarden dat zij ten aanzien van Jozef de huwelijksplicht in acht nam, zoals een toegewijde vrouw betaamt, en als gevolg daarvan naast Jezus nog andere kinderen had. Zowel ons redenatievermogen als de Schrift duiden er dus beide op dat Jezus halfbroers en halfzusters gehad heeft.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen