Jeugdige beslissing
HOE oud moet iemand zijn voordat hij in staat is juiste beslissingen te nemen ten aanzien van datgene wat juist is? Zou u denken dat elf jaar jong is?
Op een grote bijeenkomst van Jehovah’s getuigen in Stuttgart (Duitsland) vertelde een Getuige een ervaring die hij als bedienaar van het evangelie begin december 1966 had opgedaan. Op een dag klopte een elfjarige jongen uit de buurt op zijn deur en stond daar met een exemplaar van het bijbelstudiehulpmiddel Van het Verloren naar het Herwonnen Paradijs onder zijn arm. Toen de Getuige informeerde wat de jongen wilde, vroeg hij om een bijbelstudie met behulp van het boek. Zijn oudere zuster had het vroeger bestudeerd, maar nu had hij het boek gekregen en besloten dat hij de waarheid van de bijbel wilde leren kennen.
En dat deed hij. Gedurende de volgende drie jaar studeerde hij geregeld met de Getuige. Toen, voordat hij de leeftijd van veertien jaar had bereikt, nam hij nog een beslissing. In Duitsland kan een kind op veertienjarige leeftijd, zelfs zonder toestemming van zijn ouders, wettelijk uit de kerk treden. De jongen besloot dat hij dit moest doen, want hij begreep dat de religie van zijn familie niet op de bijbel was gebaseerd.
De vader en grootmoeder van de jongen waren verbaasd en ontstemd over zijn beslissing. Zij hadden een bloemenwinkel en hadden zich gespecialiseerd in het maken van bloemstukken voor religieuze feestdagen. Ondanks hun verscheidene waarschuwingen en de druk die zij op hem uitoefenden, bleef hij vasthouden aan zijn besluit zijn wettelijke recht te gebruiken om uit de kerk te gaan.
De bedienaar van het evangelie die de ervaring vertelde, wees erop dat de jongen ermee doorging een ijverige aanbidder van God te zijn: „Ondanks zijn jeugd heeft hij een ’goede strijd voor het geloof’ gestreden, en hij is vastbesloten dit, met de hulp en tot eer van zijn Schepper, te blijven doen.” Zolang de jongen onder de ouderlijke macht blijft, moet hij in alles wat niet rechtstreeks in strijd is met Gods Woord, een gehoorzame zoon zijn. Hij is echter een wijze zoon die inziet dat wanneer menselijke geboden in strijd zijn met die van God, iemands verplichtingen tegenover God op de eerste plaats komen. — Ef. 6:1; Hand. 5:29; Pred. 12:1.