„In de naam van God”
● In zijn boek The Men I Killed vertelde brigadegeneraal F. P. Crozier zijn ervaringen in de Eerste Wereldoorlog en zette uiteen: „Er worden in de naam van God vreemde dingen gedaan en God wordt voor vreemde dingen gebruikt. Het militaire apparaat aanvaardt Hem als zijn beschermer en bron van inspiratie, zodat elke militaire veldtocht een gerechtvaardigde oorlog wordt, een oorlog voor het recht, met God door het volk gekozen aan de zijde van de zelf omschreven ’gerechtigheid’.” Over de geestelijken merkt hij op: „Wanneer er oorlog uitbreekt, wordt de kansel onmiddellijk omgevormd tot een uiterst geraffineerd rekruteringspodium. En dit soort van militair ritueel wordt aan beide zijden opgevoerd.” — Blz. 176, 179.
Toch schreef Dr. W. Storey van de theologische faculteit van de Notre Dame Universiteit in Ave Maria voor 9 augustus 1969: „De pre-Constantijnse Kerk [voor 325 G.T.] was een niet-gewelddadige oplossing van menselijke conflicten toegedaan.” De eerste christenen namen dus niet deel aan oorlog maar waren veeleer vredelievend. — Rom. 12:18.