Hoe verstandig is een tienerhuwelijk?
TERUGKIJKEND op de tijd dat ze besloot te trouwen, verklaarde een vrouw: „Ik was achttien en dacht dat hij dé man van mijn keuze was.” Maar was zijzelf wel werkelijk klaar voor het huwelijk? Waarom wilde zij trouwen? Later gaf zij toe: „Ik was trouwen gaan beschouwen als een paspoort tot het leven van de volwassenen.”
Slechts weinig nadenkende mensen zal niet direct de onrijpheid opvallen die door deze kijk op het leven wordt weerspiegeld. Wat zal waarschijnlijk het resultaat zijn als een dergelijke gedachtengang de basis is van iemands beslissing in verband met zo’n ernstige zaak als het huwelijk? Vaak loopt het uit op leed en uiteindelijk echtscheiding.
De aard van de eisen, verantwoordelijkheden en aanpassingen die bij het huwelijk betrokken zijn, maken het voor iemand noodzakelijk een rijpe en evenwichtige houding aan de dag te leggen, en liefde te betonen. Misschien kunt u zich wel een aantal kennissen herinneren die op twintig- of dertigjarige leeftijd trouwden maar niet deze eigenschappen ten toon spreidden — wat uiteindelijk later leidde tot echtscheiding. Wat kan er dan verwacht worden van degenen die al trouwen terwijl zij nog tieners zijn?
In 1970 gaf een hoogleraar in de gezinssociologie in verband met deze kwestie als commentaar: „Wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat tienerhuwelijken over het algemeen eerder op een echtscheiding uitlopen of in een ongelukkige verbintenis ontaarden dan huwelijken die op latere leeftijd worden gesloten.” Uit een ander onderzoek is gebleken dat vrouwen die tussen de zestien en achttien jaar en mannen die onder de tweeëntwintig trouwen, er in verband met het huwelijk „in ernstige mate blijk van geven over een slecht aanpassingsvermogen te beschikken”.
Wat zou daar de oorzaak van kunnen zijn? Het boek Marriage for Moderns merkt op: „Om een huwelijk tot een succes te maken, is waarschijnlijk geen enkele factor belangrijker dan rijpheid.” En voor het verkrijgen van mentale, fysieke en emotionele rijpheid is tijd nodig.
Maar, zo zou u zich kunnen afvragen, is het tieners in veel landen niet toegestaan te trouwen, bijvoorbeeld wanneer het meisje zestien en de jongen achttien is? Ja, dat is in veel landen inderdaad het geval. Maar vaak is het zo dat de autoriteiten twee jonge mensen alleen maar toestaan op de minimumleeftijd te trouwen als de ouders daartoe schriftelijk toestemming geven. Vaak heeft men daarnaast nog een andere leeftijdsgrens vastgesteld, bijvoorbeeld de leeftijd van eenentwintig jaar, waarop jonge mensen voor het aangaan van een huwelijk geen ouderlijke toestemming meer nodig hebben. Dit beklemtoont het feit dat de ouders de verantwoordelijkheid voor het sluiten van een huwelijk van hun kinderen moeten dragen als de kans groot is dat zij nog niet de benodigde rijpheid bezitten die voor een huwelijk nodig is. Als zo’n huwelijk op een mislukking uitloopt, zijn de ouders daar dus medeverantwoordelijk voor.
Het is waar dat jonge mensen in bepaalde gebieden op aarde direct nadat zij geslachtsrijp zijn geworden, gereed voor het huwelijk worden beschouwd, en dat onder hen echtscheiding vrij zelden voorkomt. Maar schenk daarbij ook eens aandacht aan de volgende opmerking in het boek Growth: „In primitieve gemeenschappen verschaffen de kinderjaren alle leertijd die iemand nodig heeft om zich in de cultuur van zijn samenleving in te passen, zodat seksuele rijpheid en sociale rijpheid bijna gelijktijdig worden bereikt.” Gewoonlijk leeft en werkt een tiener in die gebieden als een lid van een agrarische gemeenschap, hetgeen hem in vele opzichten helpt tot rijpheid te groeien. Hij neemt de biologische levensverschijnselen waar — voortplanting, groei, ziekte en dood. Hij ervaart de gevolgen van droogte, storm en wind. En zulke dingen, zo heeft men wel gezegd, „vormen hem zoals door mensen gemaakte wetten nooit zouden kunnen”.
In dit verband is het misschien goed op te merken dat, hoewel de bijbel voorbeelden bevat van personen die op betrekkelijk jeugdige leeftijd een succesvol huwelijk aangingen, ook dezen zich in een agrarische maatschappij bevonden. Tevens stonden zij onder de patriarchale regeling, waaronder zelfs een gehuwde man met kinderen bij zijn bejaarde vader bleef wonen en van hem leiding ontving.
Maar verkeren tieners heden ten dage in een zelfde situatie? Het boek Growth voegt nog aan bovenstaande aanhaling toe: „In de moderne industriële samenlevingen is de situatie geheel anders. De ingewikkelde maatschappijvormen die nu bestaan, stellen hoge eisen aan iemands bekwaamheden en gedrag . . . Het tijdsinterval tussen seksuele en maatschappelijke rijpheid is daardoor betrekkelijk lang.”
Zo is het bijvoorbeeld heel goed mogelijk dat een tienervader tot de ontdekking komt dat zijn huwelijk door de problemen in verband met het onderhouden van zijn vrouw en kinderen, aan geweldige spanningen komt bloot te staan. Wat werk betreft, toont de ervaring aan dat tieners de laatsten zijn die worden aangenomen en de eersten die op straat worden gezet.
Wat de zaak nog ingewikkelder maakt is het feit dat in samenlevingen waar het de gewoonte is dat ieder zijn eigen huwelijkspartner uitzoekt, de seksuele aantrekkingskracht bij tienerhuwelijken meestal een belangrijke bepalende factor is. In een boek over de adolescentie stond: „De mate waarin een lid van de andere sekse in staat is romantische gevoelens op te wekken, schijnt op het ogenblik het voornaamste criterium bij de partnerkeuze te zijn. Toch is deze eigenschap op zich een uitermate speculatieve grondslag om er een blijvend en bevrediging-schenkend huwelijk op te baseren.”
Ook de bijbel bevestigt dat het voor een jongere onraadzaam is hals over kop het huwelijk in te duiken, zo gauw hij of zij de eerste druk van seksuele verlangens ervaart. De apostel Paulus zei dat het voor een christen niet verkeerd was om te trouwen, als hij „denkt dat hij zich ongepast gedraagt ten opzichte van zijn maagdelijkheid, indien die de bloem der jeugd is gepasseerd” (1 Kor. 7:36). Hier gebruikt Paulus het Griekse woord hyperakmos (van hyper: over, voorbij, en akme: toppunt, volle bloei van een bloem). Als die periode van de eerste opwelling van verlangens voorbij is, kan men zijn gevoelens en omstandigheden objectiever beschouwen.
’Maar zijn niet heel wat tienerhuwelijken geslaagd?’ zal een jongere nu misschien vragen. Dat is zeker. Een man van vijfenvijftig jaar, die trouwde toen hij en zijn vrouw nog tieners waren, verklaarde bijvoorbeeld: „Als ik het zou moeten overdoen, deed ik weer precies hetzelfde.” Maar voordat je aanneemt dat het in jouw geval net zo zal lopen, zou je eerst eens moeten beschouwen welke achtergrond deze man had. Hij bracht zijn jeugd op het platteland door, en toen hij tegen de twintig begon te lopen waren hij en zijn broer volledig verantwoordelijk voor de gang van zaken op een boerderij. Anderen die op jeugdige leeftijd zijn getrouwd en van hun huwelijk een succes hebben gemaakt, zijn voordat zij trouwden opgegroeid met de zware verantwoordelijkheid voor een groot aantal broertjes en zusjes te moeten zorgen. Hoeveel tieners hebben nu echter vergelijkbare ervaringen opgedaan die hen tot rijpe volwassenen zouden hebben gemaakt?
Gezien het bovenstaande, zullen ouders, en ook jongeren, niet met enthousiasme een tienerhuwelijk propageren. Hoewel sommige tienerhuwelijken inderdaad zijn geslaagd, wordt in deze huidige ingewikkelde maatschappij een veel groter aantal tienerhuwelijken gekenmerkt door leed en echtscheiding. Het huwelijk is een goddelijke instelling — het vindt zijn oorsprong bij God — maar het is geen geneesmiddel voor alle menselijke kwalen. Het huwelijk is slechts zo goed als de personen die er deel van uitmaken. Als men een huwelijk gelukkig en succesvol wil doen zijn, dienen de beide betrokken personen rijpe mensen te zijn, die hun beide voeten stevig op de levensweg hebben gezet.