Kunt u leven zoals u zelf wilt?
„DRIE nachtmerries.” Dat was de titel van een artikel dat juni van dit jaar in een populair maandblad verscheen en waarin de ongelukkige gevolgen werden beschreven van het spelen met verdovende middelen. Een van de nachtmerries betrof een jonge vrouw die wegens verslaving aan drugs in een ziekenhuis belandde voor een psychiatrische behandeling. De tweede nachtmerrie werd meegemaakt door een jongeman die onder invloed van drugs zijn beide ogen uitdrukte. En de derde handelde over een jongen die met een staaf dynamiet zelfmoord pleegde. Deze drie jonge mensen hadden allen dezelfde filosofie: Ik kan doen waar ik zin in heb. Ik leef zoals ik zelf wil.
Deze geest van onafhankelijkheid is heden ten dage wijder verbreid dan ooit tevoren. Wetteloosheid viert hoogtij en morele waarden zijn zozeer verwaterd dat ze in feite niet meer bestaan. Verbazend velen gaan ervanuit noch jegens God noch jegens hun medemens enige verplichting te hebben. Evenals de oude epicuristen maken zij het nastreven van genoegens tot het voornaamste doel in hun leven. Voor het nastreven van genoegens moet men soms echter, zoals de geschiedenis uit de oudheid en de drie bovengenoemde nachtmerries aantonen, een afschuwelijke prijs betalen.
Kunt u dus leven zoals u zelf wilt? Kunt u ’uw eigen zin’ blijven doen, zonder er om te geven hoe dit van invloed is op anderen, of zelfs uzelf? Veel wetten in de wetboeken zeggen Nee. Uw vrijheid is betrekkelijk of relatief. Zo zouden bijvoorbeeld een man en een vrouw de wens kunnen koesteren te trouwen, maar de wetten van de natie of het land waarin zij wonen, zouden dat kunnen verbieden. Hoe dat zo? Misschien wegens het feit dat zij een geslachtsziekte hebben of volle neef en nicht van elkaar zijn, en er wetten zijn die zich tegen een dergelijke verbintenis uitspreken. Vanwaar deze beperkingen? Omdat wat mensen met hun eigen leven doen, invloed op anderen heeft. Er kunnen uit zo’n huwelijk kinderen geboren worden die geestelijk en lichamelijk zo gehandicapt zijn dat zij een zware last voor de gemeenschap gaan vormen. Is het juist wanneer mensen zich maar blijven voortplanten zonder acht te slaan op de gevolgen? Kunnen zij met hun leven doen wat zij maar willen? Nee, in het geheel niet.
Dat is ook de reden waarom er wetten zijn die de handel in narcotica verbieden. Is het alleen maar iemands eigen zorg of eigen zaak wanneer hij een verslaafde aan verdovende middelen wenst te worden? Wel, een man die een auto rijdt terwijl hij „high” is door het gebruik van marihuana, kan ernstige ongelukken veroorzaken en zo een bedreiging vormen voor de veiligheid en het leven van andere mensen. En hoewel men zou kunnen redeneren dat niet velen nachtmerries beleven als hierboven staan beschreven, nemen veel verslaafden hun toevlucht tot misdadig geweld of prostitutie om aan geld voor hun middelen te komen.
Of neem de verkeerswetten. Veel steden, staten en landen hebben de snelheid waarmee iemand in zijn auto in bepaalde straten en op bepaalde autowegen mag rijden, beperkt. Een snelheidsmaniak zal misschien alles uit zijn auto willen halen wat erin zit, maar hij kan dat niet doen wegens de gevaren die een dergelijke snelheid zowel voor hemzelf als anderen met zich brengt.
Het is duidelijk; wij kunnen niet leven zoals wij zelf willen. Het leven is een aan ons toevertrouwd pand. Wat wij ermee doen, is onherroepelijk van invloed op anderen. Wij hebben zelfs de morele verplichting ons leven zo goed mogelijk te gebruiken.
De mens heeft er al zolang hij bestaat van gedroomd volkomen vrij te zijn. Een dichter bracht het bestaan van deze wens eens als volgt onder woorden: „Wat de eeuwen niet hebben kunnen uitwissen als menselijk doel — geen andere meester te hebben dan zijn gevoel.” Maar iemand die geen andere meester heeft dan zijn gevoel, wordt een slaaf van zijn gevoelens; het kan zelfs gebeuren dat hij zoveel tegenstrijdige gevoelens ervaart dat hij niet weet wat hij wil. Zijn Napoleon, Hitler en anderen niet ten onder gegaan doordat zij er op stonden hun leven op hun eigen manier te leiden?
Wij kunnen er niet aan ontkomen; de mens werd niet gemaakt om volledig vrij te zijn. Hij heeft een Schepper en kwam hier niet uit zichzelf. Daarom heeft de mens ook een verantwoordelijkheid tegenover de Schepper. In de hof van Eden werd het eerste mensenpaar veel, maar geen absolute vrijheid gegeven. Zij kregen de opdracht nageslacht voort te brengen, de aarde te verfraaien en heerschappij uit te oefenen over de dieren. Er werd hun ook tevens VERBODEN van de vrucht van een bepaalde boom te eten. Door deze wetten kreeg de mens verplichtingen jegens zijn Schepper. Het is duidelijk dat hij niet zijn eigen leven kon leiden zoals hij dat zelf precies wenste, althans niet in alle opzichten. — Gen. 1:28; 2:16, 17.
En toen de Zoon des mensen naar de aarde kwam, somde hij de verplichtingen of plichten van de mens op, waarbij hij aantoonde dat deze in beginsel in twee groepen uiteenvallen: ’Heb God lief met geheel uw hart, ziel, verstand en kracht, en heb uw naaste lief als uzelf.’ Men zou kunnen zeggen dat het tweede gebod een derde gebod inhoudt, namelijk het gebod zichzelf lief te hebben. Gehoorzaamheid aan deze geboden van God vormt alleszins de verstandige en juiste handelwijze. — Mark. 12:29-31.
Uit de gevolgen die het gedrag van onze eerste menselijke ouders had, blijkt duidelijk hoe dwaas het is alleen ’onze eigen zin’ te doen, zonder er rekening mee te houden welke invloed dit op anderen heeft, of ongeacht welke verplichtingen wij jegens anderen hebben. Doordat Adam en Eva handelden alsof hun leven alleen van henzelf was, brachten zij niet alleen zichzelf onherstelbare schade toe, maar wierpen ook smaad op hun Schepper en veroorzaakten grote ellende voor hun nageslacht. — Rom. 5:12.
Volg daarom niet hun handelwijze. Volg de verstandige weg, de weg die naar een beloning voert, dat wil zeggen, leef niet alsof uw leven alleen van uzelf is, maar erken de verplichtingen die u jegens de Schepper, uw naaste en uw nageslacht hebt. Tot degenen die zo hebben geleefd, behoort de man Abraham uit de oudheid, die „stierf in een gezegende ouderdom, oud en voldaan” (Gen. 25:8). Een ander was de apostel Paulus, die over zichzelf kon schrijven: „Ik heb geleerd om in welke omstandigheden ik ook verkeer, genoegen te nemen met wat ik heb” (Fil. 4:11). Ja, dezen en ontelbare anderen na hen hebben de waarheid van de bijbelse spreuk bevestigd: „De zegen van Jehovah — díe maakt rijk, en hij voegt er geen smart bij.” U kunt verzekerd zijn van die zegen als u uw verantwoordelijkheid ten aanzien van uw Grote Schepper en uw medemens erkent. — Spr. 10:22.